Louis Thevenet

Louis Thevenet, een Leven in Kleur

Louis Thevenet (1874-1930) schilderde scènes uit het dagelijkse leven om hem heen: een woonkamer, een schilderachtig landschap, een café-interieur… Hij woonde op verschillende plaatsen in Brussel en de Zennevallei en bracht zijn laatste veertien jaar door in Halle. James Ensor beschreef hem als de ‘meester-schilder van de geneugten uit Zuid-Brabant’.

Den AST in Halle verzamelde een honderdtal topwerken, voornamelijk uit privécollecties, die een rijk overzicht geven van het oeuvre van deze eigenzinnige Brabantse fauvist. Veel van deze werken zijn voor het eerst in dertig jaar weer te zien, en sommige worden zelfs voor het eerst publiek tentoongesteld.

Geboren in Brugge op 12 februari 1874 als jongste van 4 kinderen. Zijn moeder is een West-Vlaamse en zijn vader is van Franse origine.

Hij groeit op in een muzikaal gezin in Brussel en oefent verschillende beroepen uit: loopjongen, bakkersgast en hulpkok op de lange vaart. Nadien wordt hij loopjongen bij een muziekuitgeverij. Hier ontstaat geleidelijk aan zijn passie voor kunst en hij besluit schilder te worden. Hij legt er contact met mensen met wie hij zijn leven lang bevriend zal blijven: dichter René Lyr, de schilders Pierre Scoupreman en Auguste Oleffe, zijn leermeesters.

In 1902 sluit Thevenet aan bij de kunstkring Labeur. Hij krijgt zijn eerste tentoonstellingen waaronder een deelname in 1906 aan de gerenommeerde tentoonstelling “La Libre Esthétique”.

De expo opent met Thevenets laatste zelfportret, voor zijn geliefde harmonium en cello, met typerende hoed en pijp.

In 1908 huwt hij in Beersel de Oost-Vlaamse Emma Tevels. Zij houdt nauwkeurig de verkochte werken bij in een notieboekje. Heel wat werken worden ook geruild voor dingen in natura bij de bakker, beenhouwer, kolenboer of als aflossing van de lopende rekeningen in het café. In 1916 vestigden zij zich in Halle, samen met hun geadopteerde dochtertje, Jeanneke Mommaerts. Louis noemde haar liefkozend “ma petite mascotte”.

De aankoop van bouwgrond in de Hendrik Consciencestraat vormde de eerste stap naar het kleine huisje waarvan hij altijd had gedroomd. Zijn enthousiasme over het perceel blijkt duidelijk uit een brief aan zijn vriend, de dichter René Lyr, in 1925: “J’ai acheté un beau terrain sur la hauteur, à une belle altitude, pure et saine: 6 mètres de façade sur 56 mètres de profondeur. Prix au mètre carré: 16 francs. Bonne terre et, en perspective, beaux légumes, nous qui les adorons. Tu viendras en manger, toi qui les adores également. Somme toute, notre santé.”

L. Thevenet, De gedekte Tafel met Cello en Vogelkooi, 1908

In de Ensor-tentoonstelling over het Belgische stilleven tussen 1830 en 1930 viel zijn werk al op als een buitenbeentje. Als een verteller zonder personages, zo omschreef samensteller Bart Verschaffel de kunstenaar, wiens werk schippert tussen het archaïsche en het moderne.

L. Thevenet, Interieur met Tafel en zwarte Hoed, 1910

In Interieur met zwarte tafel en hoed  valt op hoe graag hij felwit en diepzwart combineert. Het schilderij uit 1910 komt uit een Nederlandse privéverzameling, maar behoorde ooit tot de collectie van koningin Elisabeth. Het dook op na een oproep naar aanleiding van de samenstelling van de tentoonstelling in Halle.