Koninklijk Paleis, Warschau

Koninklijk Paleis, Warschau

Het paleis

Het Koninklijk Kasteel in Warschau was tot 1795 het paleis van de koningen van Polen.

Eind 13e eeuw werd op de locatie van het huidige Koninklijk Kasteel een houten fortificatie gebouwd. Jan I van Warschau bouwde tussen 1407 en 1410 een gotisch kasteel dat na 1526 diende als koninklijke residentie. Het gebouw werd meermalen verbouwd totdat het begin 17e eeuw het huidige barokke aanzien kreeg.

Stanislaus Anton Poniatowski was van 1764 tot 1795 als Stanislaus August de laatste koning van het zelfstandig Polen en Litouwen. Met de derde Poolse Deling in 1795 verdween Polen van de kaart en moest Stanislaus August aftreden (25 november 1795). Dit was het definitieve einde van het Pools-Litouwse rijk.

Volledig verwoest door de nazi’s, is het Koninklijk Paleis na de Tweede Wereldoorlog liefdevol heropgebouwd op basis van de schilderijen van de Venetiaanse schilder Bellotto. Het Warschause paleis is daarmee het negatief van dat in Krakau. Daar staat namelijk het Wawelkasteel nog overeind, terwijl de inboedel een sinds begin twintigste eeuw verzamelde collectie is, op enkele uitzonderingen na. In Warschau stond van het gebouw na de oorlog geen steen meer op de andere, maar is een deel van de kunstcollectie, van het meubilair en van de gebruiksvoorwerpen origineel.

Bernardo Bellotto

In 1768 accepteerde Bernardo Bellotto, geboren in Venetië, een uitnodiging van de Poolse koning, Stanisław August Poniatowski, om hofschilder te worden in Warschau. Bellotto was de neef van de veel beroemdere Canaletto. Van hem leerde hij schilderen en als familielid gebruikte hij soms zelf diens naam. Hij bleef 16 jaar in Warschau, de rest van zijn leven, en schilderde vele zichten van de hoofdstad en omgeving. In 1769 voltooide hij samen met zijn zoon Lorenzo veertien zichten op Rome, uit de oudheid en de barok, gebaseerd op een collective etsen van Giovanni Battista Piranesi, getiteld “Vedute di Roma”.

Bellotto’s belangrijkste werk voor Warschau is een reeks van 26 veduta’s met uitzichten op de stad. Hij maakte de reeks in 1770-1780 voor deze speciaal daarvoor bestemde ruimte, de zogenaamde Prospectkamer (later de Canalettokamer). Om zijn voorbereidende tekeningen naar het leven te maken, gebruikte Bellotto, net als alle vedute-kunstenaars uit de 18e eeuw, een camera obscura waarmee hij de verhoudingen en het perspectief van gebouwen feilloos kon vastleggen.

De Lanckoronski Galerij

37 objecten die in de Lanckoroński Galerij worden tentoongesteld, maakten deel uit van een schenking die prof. Karolina Lanckorońska in 1994 aan het Koninklijk Paleis in Warschau deed. Zij was de laatste erfgenaam van een aristocratische familie die in de loop van twee eeuwen in haar Weense paleis een van de grootste privécollecties kunstwerken van Europa bijeenbracht. Van bijzonder belang binnen deze collectie zijn 15 werken die in de 18e eeuw eigendom waren van koning Stanisław August en na diens dood door zijn erfgenamen werden verkocht.

Rembrandt van Rijn – Girl in a Picture Frame (1641)
In dit werk verkent Rembrandt diepte en beweging. De figuur lijkt naar buiten te leunen naar de toeschouwer – haar hand ligt op de lijst, die mee is geschilderd. Ultraviolette beelden tonen aan dat Rembrandt oorspronkelijk een burgervrouw schilderde, maar dit niet afwerkte en in de plaats de huidige compositie maakte. De figuur van de burgervrouw, nog zichtbaar door de dunne verflagen, lijkt op een schaduw van het meisje.

Rembrandt van Rijn – The Scholar at the Lectern (1641)
Het schilderij werd samen aangekocht met Girl in a picture frame. Men veronderstelde toen dat de werken een vader en dochter voorstelden. Vandaag meent men dat Rembrandt verschillende types van mensen portretteert – een belezen oude man en een jong meisje, en geen specifieke individuen.
Op de zijkant van de lezenaar is naam en datum te zien.