Dürer in Antwerpen

Op 2 augustus 1520 arriveert Albrecht Dürer in Antwerpen, waar hij als een beroemdheid wordt onthaald. Zijn prenten, gravures en etsen zijn in heel Europa bekend en hij geldt als de grootste prentmaker van zijn tijd. Dürer heeft jarenlang voor keizer Maximiliaan gewerkt, die hem een jaarlijkse toelage toekende. Na de dood van de keizer stopt deze uitkering echter. Dürer reist naar de Nederlanden in de hoop dat Karel V, de nieuwe keizer, de toelage zal voortzetten. Antwerpen, het levendige centrum van de West-Europese handel, biedt Dürer veel kansen. Hij ontmoet er kunstenaars en verzamelaars en kan het werk van oude meesters bewonderen. Met een voorraad prenten om te verkopen of te ruilen, legt hij snel nieuwe contacten. Dürers invloed is ook hier groot; schilders en prentmakers uit de Nederlanden, zoals Lucas van Leyden en Jan Gossart, laten zich inspireren door zijn werk.

Deze tentoonstelling biedt een breed overzicht van het grafische werk van Dürer geput uit de rijke collecties van KBR.

1471 – 1494

Van Edelsmid tot prentmaker

Albrecht Dürer wordt op 21 mei 1471 geboren in Neurenberg als zoon van een edelsmid. Van jongs af aan leert hij het vak van zijn vader, waaronder het graveren in metaal. Deze technische achtergrond helpt hem later bij het zelf graveren van prenten in koper. Omdat hij talent heeft voor tekenen, gaat Dürer op vijftienjarige leeftijd in de leer bij schilder Michael Wolgemut. Hier leert hij niet alleen de traditionele technieken van paneelschilderkunst, maar ook het maken van boekillustraties in houtsnede. Na zijn opleiding begint Dürer in 1490 aan zijn Wanderjahre en reist hij naar verschillende steden in het Bovenrijngebied. Hij wil in Colmar Martin Schongauer ontmoeten, een bekende schilder en prentmaker, die net als Dürer een achtergrond heeft als edelsmid en zijn prenten signeert met een monogram. Helaas is Schongauer net overleden als Dürer arriveert, maar zijn werk blijft een grote inspiratiebron.


De Heilige Familie met de libelle
c.1495 1 gravure
Dit is Dürers eerste belangrijke gravure en de eerste met zijn monogram. De scène speelt zich af in een afgesloten tuin of ‘hortus conlusus’, een symbool voor Maria’s maagdelijkheid. Deze prent staat nog onder
invloed van Schongauer en blijft nog sterk verbonden met de beeldtradities van de 15de eeuw.

1494 – 1500

Dürers eerste reis naar Italië

Begin 1494 keert Albrecht Dürer terug naar Neurenberg en trouwt op 7 juli met Agnes Frey. Haar bruidsschat stelt hem in staat om zich als zelfstandig meester te vestigen. Toch vertrekt Dürer kort daarna opnieuw, dit keer naar Italië. Eind 1494 verblijft hij in Venetië en bezoekt mogelijk ook steden als Padua en Mantua. Deze reis biedt hem de kans om zowel artistieke als zakelijke contacten te leggen en kennis op te doen over perspectief, anatomie en proportieleer. Hij ziet er waarschijnlijk werken van grote meesters zoals Giovanni Bellini en Andrea Mantegna. De prenten van deze laatste zijn een belangrijke inspiratiebron. Onderweg door de Alpen maakt Dürer vele natuurstudies. In de herfst van 1495 keert hij terug naar Neurenberg, waar hij schilderopdrachten zoekt en begint met het opbouwen van een grafisch oeuvre. De verkoop van prenten levert hem een vast inkomen op en maakt zijn werk en naam al snel bekend in heel Europa.

1496 – 1512

Een stroom aan prenten

Tussen 1496 en 1512 breidt Albrecht Dürer zijn grafisch werk uit met iconische prentenreeksen waarin hij religieuze thema’s illustreert. Zijn eerste grote reeks is de Apocalyps (1496—1498), gevolgd door meerdere series over het leven van Christus, waaronder drie over de passie van Christus. Daarnaast maakt hij een reeks over het leven van Maria (ca. 1503—1511). Dürer onderbreekt deze werken voor losse prenten en schilderopdrachten, terwijl hij zijn stijl verder ontwikkelt na zijn tweede reis naar Italië (1505—1507). In dezelfde periode brengt Dürer ook tal van losse gravures en houtsneden uit, bedoeld voor een breed publiek. Zijn werk wordt niet alleen gewaardeerd om zijn religieuze of moraliserende onderwerpen, maar ook als model voor kunstenaars en ambachtslieden. Zijn internationale succes heeft echter ook nadelen: zijn prenten worden vaak illegaal gekopieerd. In 1511—1512 daagt hij de Italiaanse graveur Marcantonio Raimondi voor de rechter, waardoor Dürers monogram het eerste beschermde handelsmerk wordt.

‘In een jaar kan ik een hoop gewone schilderijen maken Daar kun je al iets mee verdienen. Maar dat vlijtig priegelwerk levert weinig op. Daarom wil ik me aan mijn gravures wijden. En als ik dat eerder had gedaan, zou ik vandaag duizend florijnen rijker zijn.‘ (Albrecht Dürer aan Jacob Heller, Neurenberg 26 augustus 1509)


De Apocalyps (1496-98)
Dürers Apocalyps, ontstaan tussen 1496 en 1498, is de eerste reeks die hij voltooit; ze bestaat uit vijftien grote houtsneden. Ze illustreren de Apocalyps of Openbaring
van Johannes, een visioen over het einde der tijden. Dürer speelt hiermee in op de actualiteit. Velen vreesden immers dat in het jaar 1500 de wereld zou vergaan. Dürer voorzag twee edities in boekvorm, met gedrukte teksten in Latijn of Duits. Met de combinatie van beeld en tekst in de volkstaal
wil hij een breed publiek aanspreken. Voor de publicatie werkt hij samen met zijn peetoom, de Neurenbergse drukker Anton Koberger. Een van de meest iconische prenten uit de reeks is ‘De ruiters van de Apocalyps’. Dürer bouwt de compositie op in verschillende diagonalen, waardoor van de aanstormende ruiters een gevoel van snelheid en dreiging uitgaat.

1512 – 1519

De virtuoze prentenmaker in keizerlijke dienst

Tegen het midden van het tweede decennium van de 16de eeuw bereikt Dürers loopbaan als grafisch kunstenaar een hoogtepunt. Met de voltooiing van zijn grote prentenreeksen rond 1511—1512 heeft hij een enorm rijk en gevarieerd oeuvre opgebouwd. Dürer rust echter niet op zijn lauweren en blijft zijn grafisch werk uitbreiden. Zijn kunnen als prentmaker bereikt een hoogtepunt in de drie ‘Meisterstiche’ uit 1513—1514. Ook kleine iconische prenten zoals de Doedelzakspeler en het Dansende paar ontstaan in dezelfde periode. Durer experimenteert ook met de ets, een nieuwe diepdruktechniek. In de jaren 1515—1518 maakt hij een zestal prenten in deze techniek. Vanaf 1512 engageert keizer Maximiliaan hem voor zijn grafische prestigeprojecten. Ze hebben een politiek doel: het versterken van de macht en status van de keizer via visuele propaganda. Voor grote opdrachten zoals de Ehrenpforte, werkt Dürer samen met andere kunstenaars. Ondanks de erkenning van zijn talent, moet Dürer aandringen op een vergoeding; pas vanaf 1515 zorgt Maximiliaan voor een levenslange jaarrente van honderd gulden.

De Meisterstiche 1513-1514

Dürers drie grote ‘meesterlijke gravures’ of ‘Meisterstiche’ worden gezien ols hoogtepunten in zijn grafisch oeuvre. Deze prenten ontstonden in de jaren 1513-1514. Het is niet duidelijk of Dürer ze als een samenhangend geheel beschouwde. De ‘Ridder’ toont een man in wapenrusting die dapper door een desolate kloof rijdt. De aanwezigheid van de dood en de duivel leiden hem niet af. Zijn blik blijft strak op zijn pad gericht. De ridder is een actieve strijder voor het geloof, een verdediger van het christendom. De heilige Hiëronymus daarentegen zit in een net en veilig studeervertrek. De zichtbare stoffelijke wereld die hem omgeeft, staat symbool voor een diepere goddelijke realiteit. Hiëronymus vertegenwoordigt de contemplatieve en intellectuele christelijke levenshouding. In de prent met de titel ‘Melencolia l’ toont Dürer een tobbende vrouwelijke figuur omringd door instrumenten en objecten die naar creativiteit en intellect verwijzen. Deze gravure, vol complexe symboliek, verbeeldt de melancholie van kunstenaars en weerspiegelt Dürers eigen gemoedstoestand.

Rinoceros, 1515. Deze voorstelling van een Indische neushoorn is een van Dürers meest geliefde en iconische prenten. Hij zag het dier nooit met eigen ogen – de voorstelling is gebaseerd op beschrijvingen en schetsen. Het originele blok werd vaak herbruikt. Toen het in de 17de eeuw in het bezit kwam van Willem Janszoon Blaeu in Amsterdam, was het al wat beschadigd. Om dit te verdoezelen en er tegelijk een meer modieuze chiaroscuro-houtsnede van te maken voegde hij een toonblok toe. Hierdoor kreeg Dürers werk een nieuw uitzicht dat beter aansloot bij de smaak van die tijd.

Landschap met Kanon, 1518

Deze ijzerets behoort tot Dürers meest bekende prenten. Door te werken met een breed gamma aan punten, streepjes en krulletjes heeft hij de techniek geperfectioneerd. Het is echter de laatste ets die hij zou maken. Het horizontale formaat is uitzonderlijk binnen zijn grafisch werk, maar doet het panoramische landschap goed tot zijn recht komen. De landsknecht bij het grote kanon op de voorgrond en de figuren in exotische kostuums rechts geven voer voor interpretatie. Zinspeelde Dürer hiermee op de militaire dreiging die in die tijd uitging van het Ottomaanse Rijk en op de onvermoeibare inzet van Maximiliaan om daartegen ten strijde te trekken?

1520 – 1521

Dürers reis naar de Nederlanden en zijn verblijf in Antwerpen

Met zijn reis naar de Nederlanden wil Dürer niet alleen zijn keizerlijke jaarrente veiligstellen, maar ook nieuwe afzetmarkten voor zijn grafiek vinden en schilderopdrachten binnenhalen. Hij is op zoek naar een vaste betrekking en overweegt een permanente vestiging in de Nederlanden. Antwerpen wordt een jaar lang met enige onderbrekingen zijn woonplaats en uitvalsbasis. Dürer houdt een reisdagboek bij, waarin hij zijn ontmoetingen, indrukken, uitgaven en inkomsten noteert. Hij verkoopt en schenkt grafiek en portret-tekeningen, altijd met het oog op een wederdienst. Door al het tekenen, schilderen en netwerken heeft hij weinig tijd om nieuwe prenten te maken. In de Nederlanden vindt Dürer nauwelijks gelijken op grafisch gebied. Lucas van Leyden is hier de enige prentmaker van betekenis Dürer ontmoet de jonge kunstenaar in Antwerpen. Ook de schilder Jan Gossart experimenteert kortstondig met de gravure, de ets en de houtsnede. Dürer heeft in Antwerpen contact met de glasschilder Dirk Vellert, die na Dürers terugkeer zelf prenten begint te maken.

1521-1528

Terugkeer naar Neurenberg en Dürers laatste jaren

Op 2 juli 1521 verlaat Dürer Antwerpen en keert hij terug naar Neurenberg. Zijn verblijf in de Nederlanden is in veel opzichten succesvol; de herbevestigng van zijn jaarrente biedt hem een vast basisinkomen. Hoewel hij niet de grote schilderopdrachten krijgt waarop hij had gehoopt, versterkt hij zijn netwerk en breidt hij zijn invloed uit. De verkoop van zijn grafiek dekt grotendeels zijn reiskosten, maar de gewenste vaste betrekking als hof- of stadsschilder blijft uit. Een belangrijke reden voor zijn terugkeer is zijn sympathie voor Martin Luther en de Reformatie. In de Nederlanden worden lutheranen genadeloos vervolgd, terwijl Neurenberg een vrije rijksstad is, die in 1525 voor de Reformatie kiest. Kort na zijn thuiskomst wordt Dürer ziek, vermoedelijk door malaria, opgelopen tijdens zijn bezoek aan Zeeland. Ondanks zijn verslechterende gezondheid blijft hij actief als kunstenaar en intellectueel, maar zijn productie neemt af. Zijn latere werken zijn eenvoudiger en weerspiegelen de geest van de Reformatie.

Portret van Desiderius Erasmus 1526 | gravure Tijdens Dürers verblijf in de Nederlanden ontmoette hij Erasmus meerdere keren en maakte hij verschillende portretstudies van hem. Aanvankelijk had Dürer grote be-wondering en respect voor de beroemde humanist. De reden waarom de publicatie van het portret zo lang op zich liet wachten, blijft onduidelijk. Sommigen suggereren dat Dürer Erasmus kwalijk nam dat hij Maarten Luther niet steunde en trouw bleef aan de kerk. Dürer portretteert Erasmus schrijvend, met zijn ogen op zijn werk gericht, geïnspireerd door Quinten Massys’ eerdere portret van de geleerde, dat hij in Antwerpen zag. Deze weergave verwijst subtiel naar de voorstellingen van de heilige Hiëronymus, voor wie Erasmus grote bewondering koesterde.