
Margaretha. Keizersdochter tussen macht en imago.
Het MOU pakt uit met een primeur: voor het eerst wordt een internationale tentoonstelling gewijd aan een bijzondere vrouw: Margaretha van Parma, dochter van Keizer Karel en dienstmeid Johanna Van der Gheynst. In haar geboortestad Oudenaarde, van 21/09/2024 tot 05/01/2025.





Oudenaarde, zomer 1522. Margaretha van Parma wordt geboren, als eerste kind van Keizer Karel. Haar moeder, Johanna Van der Gheynst, is een lokale dienstmeid. Die lage status belet niet dat Margaretha op haar 37ste landvoogdes van de Nederlanden wordt. Margaretha’s leven overspant de 16de eeuw, een woelige periode in de Nederlanden en in Europa. De bloeitijd van de eerste eeuwhelft mondt uit in een tijd van toenemende spanningen en opstanden: religieus, economisch, politiek. Het is het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), die zal leiden tot de scheiding van de Nederlanden. Tussen alle tegenstrijdige krachten en belangen probeert Margaretha te bemiddelen.
Een bestuurster met grote capaciteiten, veel invloed en ferme politieke kwaliteiten. Een echte kunstliefhebster en mecenas. Een vrouw die een belangrijke rol speelt in het Europa van haar tijd: dat beeld van Margaretha leeft in Italië. Het druist in tegen het clichébeeld bij ons: een vrouw in de schaduw van de macht, zonder veel daadkracht of visie. Dat is het lot van veel vrouwen met macht uit het verleden. De tentoonstelling in Oudenaarde ontkracht dat beeld. Margaretha is een boeiende vroegmoderne vrouw, die bijvoorbeeld in de religieuze spanningen veel mildheid aan de dag legt. Maak kennis met ‘de nieuwe Margaretha’!
Margaretha kwam in de zomer van 1522 in Pamele ter wereld als dochter van Karel V en Johanna vander Geynst, een dienstmeid in het plaatselijke kasteel waar de keizer had verbleven. Als natuurlijke dochter van de keizer zou Margaretha een rol krijgen in de Habsburgse huwelijkspolitiek. Dus kreeg ze een prinselijke opvoeding bij een gezin in Brussel, onder het persoonlijke toezicht van haar groottante en doopmeter Margaretha van Oostenrijk. Margaretha van Oostenrijk spendeerde grote sommen aan textiel, speelgoed en allerhande spullen die bestemd waren voor ‘la petite fille bâtarde résidente à Bruxelles‘.
Het is een strak gekorsetteerd leven voor Margaretha. Zoals voor alle meisjes van haar stand. Nog geen zeven jaar is ze wanneer haar vader haar uithuwelijkt én legitimeert. Een berekend politiek huwelijk met Alessandro de’ Medici, il Moro, de bastaardzoon van paus Clemens VII en een Afrikaanse slavin. De tieners huwen pas zeven jaar later. Nog geen jaar later wordt de bruidegom vermoord door zijn neef. Margaretha is veertien jaar, weduwe maar nog maagd. Haar keizerlijke vader had immers bedongen dat het huwelijk pas geconsumeerd mocht worden als Margaretha zestien was.
Op zestien jaar treed ze in een volgend gearrangeerd huwelijk. Deze keer met Ottavio Farnese, net als haar eerste echtgenoot een nakomeling van de zittende paus. De jonggehuwden woonden apart. Van bij het begin had Margaretha weerstand tegen haar jongere echtgenoot. Dat blijkt onder meer uit de correspondentie tussen vader en dochter, waarin Margaretha herhaaldelijk protesteert en de keizer haar aanmaant haar echtelijke plicht te vervullen. In een van haar brieven omschrijft ze Ottavio zelfs als ‘brutto, piccolo, rozzo e sporco’ (lelijk, klein, grof en smerig). Pas na zeven jaar huwelijk wordt een tweeling – Carlo en Alessandro – geboren. Carlo overlijdt als peuter.
Margaretha nam haar intrek in het Romeinse Medicipaleis dat ze had geërfd. Als hoogste vertegenwoordiger van de keizerlijke macht ontpopte ze zich in Rome tot een middelpunt in het politieke en culturele leven. Die jaren vormden haar diplomatieke leerschool en leverden haar de eerbiedwaardige bijnaam la Madama op.
Toen Alexander elf was, reisde ze met hem naar Brussel voor een ontmoeting met haar halfbroer Filips II, die Karel V intussen had opgevolgd als koning van Spanje. De vorst had nood aan een loyale landvoogd in zijn opstandige noordelijke gebieden. Margaretha, een bloedverwante én afkomstig uit Vlaanderen, was de geschikte kandidate. Zo plaatste ze zich in 1559 in een opmerkelijke lijn van sterke vrouwelijke regenten in de Nederlanden, na Margaretha van Oostenrijk en Maria van Hongarije.
De bestuurlijke uitdagingen waren groot, vooral door de oprukkende Reformatie. Vanuit het Coudenbergpaleis in Brussel voerde Margaretha een verzoenende politiek. Ze onderhield nauwe contacten met zowel de lokale aristocraten als met de koning. Intussen vond ze een huwelijkspartner van aanzien voor haar zoon: infante Maria van Portugal.





Het huwelijk werd in 1565 tien maanden lang met uitbundige luister gevierd in Lissabon en Brussel. Het dagenlange luisterrijke bruiloftsfeest biedt de elite ook de mogelijkheid om te ‘netwerken’. De hoge adel mort; ze vrezen hun voorrechten en hun politieke zeggenschap door het onwrikbare, autoritaire, centraliserende bewind van Madrid te verliezen. Tijdens het feest wordt het Eedverbond der Edelen gesmeed. Die coalitie van katholieke en calvinistische edelen schreef (al bij al gematigde) smeekschriften om de harde Inquisitie en godsdienstvervolgingen te temperen.
Margaretha had er wel gehoor naar en probeert een eigen koers te varen en een verzoeningspolitiek door te voeren. Ze slaagt erin om de Filipsgetrouwe Granvelle buiten te werken. Maar Filips II bleef halsstarrig enige mildheid weigeren. De Beeldenstorm brak uit. Met de onthoofding van de graven Egmont en Hoorn, leden van de oude, hoge adel, die overigens altijd katholiek bleven, was het hek van de dam. De opstand overspoelde de Nederlanden en Margaretha gaf er de brui aan. De aangekondigde bemoeizucht van de hertog van Alva was haar te veel. Ze nam zelf ontslag en keerde terug naar Italië. Haar ontslagbrief begint zo:
“Uwe Majesteit is niet enkel weinig bekommerd om mijn genoegdoening en vertroosting maar bovendien om mijn eigen reputatie waaraan ik, gezien mijn positie (zonder andere motieven te vermelden), veel belang moet hechten. De buitengewone inperkingen die Uwe Majesteit mijn gezag oplegde, hebben al mijn macht weggenomen en hebben me elke mogelijkheid ontzegd om de staatszaken van dit land volledig te herstellen. Nu zaken wat op orde zijn, wil Uwe Majesteit de eer daarvan aan anderen geven, terwijl ik – en alleen ik – de vermoeidheden en de gevaren heb gehad…”


In 1580 wilde Filips haar een tweede keer landvoogdes maken, ditmaal samen met haar zoon. Maar Alexander was niet bereid de bevoegdheden te delen, waarna Margaretha zich terugtrok en naar haar geliefde Abruzzen terugkeerde. Daar stierf ze in 1586 in haar residentie in Ortona.



























