Krasse Koppen, KMSKA, Antwerpen

Krasse Koppen

In de eerste grote tentoonstelling na de heropening van het museum staat het gezicht centraal. We tonen de ontwikkeling van een nieuw genre, dat van de tronie.

In de 17de eeuw piekt immers de interesse voor de tronie, het oude woord voor gezicht. Kunstenaars als Peter Paul Rubens, Rembrandt en Johannes Vermeer zetten al hun talent om het gelaat te schilderen. Tronies zijn vaak kleine werkjes, verbluffend geschilderd, getekend of gegraveerd. In deze intieme werken kom je dichter dan ooit bij de kunstenaar. Nooit eerder kwam het genre zo uitgebreid aan bod. Voor Krasse Koppen brengt het KMSKA maar liefst 76 nationale en internationale topstukken samen, de meest sprekende exemplaren.

In de 16de en de 17de eeuw zorgen kunstenaars voor een aardverschuiving. Ze weken het gezicht, het hoofd, los uit de context van Bijbelse en mythologische taferelen. Om het afzonderlijk en in al zijn glorie te tonen. Om ermee te spelen, het te bestuderen, te voorzien van kostuums en gekke bekken. Krasse Koppen gaat niet over portretten. Vooral niet over portretten, eigenlijk. Kunstenaars als Rubens, Rembrandt en Vermeer gebruiken op eigen initiatief anonieme modellen voor hun creatieve experimenten. Mensen die we niet hoeven te herkennen. Die vrijwillig hun portretrecht afstonden zonder naamsvermelding te wensen. Het zijn die koppen die we tonen. Heel gewone mensen, mensen zoals jij en ik. Waarbij het gezicht zijn eigen verhaal vertelt.

In Krasse Koppen volg je de evolutie van het genre via vijf thema’s. Van een prelude in de 15de eeuw tot uitlopers in de 19de eeuw, met als belangrijkste focus kunst uit de 17de eeuw. Rubens en Rembrandt zijn de gidsen tijdens deze expo, telkens opnieuw kom je hen weer tegen.

Quinten Massys

Jeroen Bosch

(C)2008 STUPPIE

Men zocht bewust naar een grote variatie in koppen en gezichtsuitdrukkingen. Voor grotere (historie)stukken had men immers verschillende personages nodig. “Beeld je gezichten zo af dat ze niet allemaal van hetzelfde type zijn, zoals dat in de meeste gevallen wordt gedaan”, schreef Leonardo. “Maar geef hen een verschillend uiterlijk, volgens geaardheid, en goed of slecht karakter.” En volgens kunsttheoreticus Karel van Mander moest een kunstenaar een breed palet aan uitdrukkingen kunnen hanteren: “Liefde, begeerlijckheyt, vreucht, smert en tooren, Commer en droefheyt, die t’herte bespringhen, Cleynmoedicheyt, vreese quaat om bedwinghen, Oock opgheblasentheyt, en nijdich veeten.

Cornelis De Vos

Artemisia Gentileschi

Artemisia heeft verschillende werken met Catharina van Alexandrië als onderwerp: o.a. een zelfportret uit ca. 1615 in The National Gallery in Londen en een uit dezelfde periode in het Uffizi. Ook Maria Magdalena en Sint Cecilia schildert ze meer dan eens. Ze voelde zich duidelijk aangetrokken tot sterke vrouwen en martelaressen.

Rubens, Jordaens

Tronies zijn geen portretten en ook geen studiekoppen. Tronies zijn geschilderde voorstellingen van gezichten zonder naam – of misschien voorzichtiger: gezichten waarvan de naam van de ‘eigenaar’ niet belangrijk is – tegen een monochrome achtergrond: alle aandacht moet naar het gezicht gaan. De koppen zijn levensgroot of kleiner, en ze zijn meestal ook naar levend model geschilderd. Tronies werden gemaakt om te worden verkocht.

Rembrandt, Rubens, Jan Lievens

Soms zijn de tronies niet meer zo anoniem: kijk naar de studies van dezelfde vrouw in werken van zowel Jordaens als Rubens: kwam zij werkelijk als wasvrouw bij Rubens aan huis? Ook Rembrandt en zijn schildersvriend Jan Lievens huurden blijkbaar dezelfde modellen in?

Tronies waren voor kunstenaars een interessant genre: kleinschalig, simpel qua compositie en je kon de gezichten afwerken zoals je zelf wilde. Maar vooral: je kon er voluit in gaan, niet gehinderd door een (sikkeneurig) model dat een zo groot en zo positief mogelijke gelijkenis wilde van zijn ernstig kijkende zelf met z’n geschilderde portret (of dat van zijn vrouw en/of kinderen). Daar betaalde dat model ook voor.

Michaelina Wautier

Michaelina Wautier, Studie van een jonge man, 1653

Wautier is de enige vrouwelijke kunstenaar in Krasse koppen. Dat Hoofdstudie van een jongeman geen portret is blijkt o.a. uit de blik die de man afwend van de ‘camera’. Hij kijkt zelfs naar beneden. Dat gaat in tegen de regels van de portretkunst in de 17de eeuw. Op portretten kijkt het model je meestal recht aan. Ook zijn kleding vertelt weinig over wie we afgebeeld zien. In tegenstelling tot de kostuums op portretten, die de rijkdom en het aanzien van de geportretteerde onderstrepen, lijkt de outfit van de jongeman eerder samengesteld te zijn uit gedrapeerde stukken stof. Uit onderzoek blijkt dat Michaelina voor de roze stof een meer eenvoudige mengeling van basisrood en -wit gebruikte. Dit zijn ook eerder goedkope pigmenten en kan bevestigen dat kunstenaar het werk als studie maakte, op eigen initiatief en geen dure pigmenten wilde verspillen aan een ‘kladje’.

Wautier signeerde ongeveer de helft van haar schilderijen. Dit is opmerkelijk, omdat niet veel 17e-eeuwse kunstenaars hun werk consequent signeerden. Wautier had voor haar signatuur een vaste formule: ze gebruikte haar voor- en achternaam, gevolgd door het Latijnse woord ‘fecit’ en het jaar waarin het schilderij was voltooid. Met haar signatuur onderstreept ze dat zij de maker van haar werk is. Wautier’s schilderijen tonen aan dat ze erg bewust omging met de vorm en plaatsing van haar signatuur, die op zijn beurt haar progressiviteit en zelfbewustzijn demonstreert.

Michael Sweerts

Sweerts en Wautier kenden elkaar waarschijnlijk: de Brusselse kunstwereld was een kleine wereld en Michaelina’s broer Charles Wautier en Michael Sweerts hadden een aantal gemeenschappelijke connecties. Sweerts was waarschijnlijk bekend was met enkele werken van Wautier en daardoor werd geïnspireerd en beïnvloed in zijn eigen werk. Met name zijn schilderijen die de vijf zintuigen verbeelden tonen een grote invloed van Michaelina Wautier’s De Vijf Zintuigen. Haar serie werd geschilderd in 1650, voordat Sweerts na 15 jaar terugkeerde vanuit Italië naar zijn geboortestad Brussel en daar een tekenacademie begon.

Jan Asselijn

Jan Asselijn is vooral bekend voor zijn schilderij “De Bedreigde Zwaan”, het symbool van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Jan Asselijn, Rundskop, ca. 1634-1652

https://www.okv.be/artikel/michael-sweerts-mooier-dan-de-mona-lisa

https://www.okv.be/artikel/krasse-koppen

https://research.kuleuven.be/portal/nl/project/3H190039