Brueghel, de familiereünie (Noord-Brabants Museum, den Bosch)

de tentoonstelling

Ondernemend, innovatief en wereldberoemd: de familie Brueghel is een van de meest belangrijke families in de Westerse kunstgeschiedenis. De Brueghels maakten schilderijen die worden bewonderd om hun geestige composities, universele boodschappen en uitzonderlijk vakmanschap. De onderwerpen variëren van feestelijke bruiloften, bekende spreuken en verhalen uit de Bijbel tot ontzagwekkende landschappen en studies van dieren, insecten en bloemen. Van generatie op generatie bleef het familiebedrijf een internationaal succes. In de tentoonstelling krijg je een kijkje in de keuken bij drie creatieve familiebedrijven.

De Brueghel dynastie bestaat uit maar liefst vijf generaties succesvolle schilders waarvan Pieter Bruegel de Oude wellicht de bekendste is. De Brueghels waren actief tussen 1550 en 1700 en beoefenden bijna álle verschillende soorten schilderkunst. Van plaatselijke en buitenlandse landschappen en taferelen uit het alledaagse boerenleven tot allegorieën, mythische verhalen, historiestukken, dieren en bloemstillevens; de Brueghels waren van alle stijlen en technieken thuis.

Al dat kunnen wordt in het schilderij Allegorie op de schilderkunst getoond door Jan Brueghel de Jonge (1601-1678) met (toen) zowat de hele familie: grootvader Pieter Bruegel de Oude en de jonge generaties.

In het midden van een groot atelier zit Pictura, de personificatie van de schilderkunst. Zij schildert een stilleven van een vaas met bloemen. Om haar heen liggen verschillende soorten materialen, gereedschappen, modelboeken, tekeningen en studies om de kijker een inzicht te geven van het werkproces van de schilder. Aan de muren hangen schilderijen die linken naar de internationale bekendheid van de Brueghels en de samenwerkingen die zij aangingen met andere schilders uit die tijd. Als een ode aan de patriarch van de familie hangt het portret van Pieter Bruegel de Oude linksboven van de doorgang, tussen de portretten van Michelangelo en leermeester en schoonvader, Pieter Coecke van Aelst. Daaronder hangt een portret van Jan Brueghel de Oude, naast een afbeelding van Albrecht Dürer. Rechts van de doorgang hangen nog meer portretten van bekende schilders als Hubert van Eyck, Lucas van Leyden, Quentin Metsys en Jan Gossaert, waarmee Jan de Jonge suggereert dat de Brueghels gelijkwaardig waren aan deze grootmeesters. Allegorie op de schilderkunst toont bovendien dat een schilder een ‘merknaam’ vertegenwoordigde die gedragen werd door een heel atelier met leerlingen en medeschilders die de verven en ondergronden prepareerden, de pigmenten vermaalden en mengden.

stammoeder Mayken Verhulst

De tentoonstelling kijkt bovendien met nieuwe ogen naar de krachtige vrouwen in de Brueghel dynastie. In de periode waarin de Brueghels de Europese kunstscene domineerden, waren vrouwen in de Lage Landen succesvolle kunstenaars, mecenassen, verzamelaars en ondernemers. Ze participeerden in, en runden familiebedrijven en golden als belangrijke spelers op de kunstmarkt.

Stammoeder is Mayken Verhulst (1518-1599), éen van de beste miniaturisten van de Zuidelijke Nederlanden, volgens de Italiaanse handelsreiziger Lodovico Guicciardini. Maar zowel haar miniaturen als aquarellen zijn verloren gegaan of misschien – zoals vaak gebruikelijk was – toegeschreven aan mannen of collega’s.

Ze huwt Pieter Coecke van Aelst en schildert en beheert mee het schildersatelier. Verhulst gaf diverse prenten en boeken uit, zoals een vertaling van de verhandelingen over renaissance-architectuur van Sebastiano Serlio. Ze neemt haar kleinzonen onder haar hoede en bewaart hoogstwaarschijnlijk de basistekeningen van haar schoonzoon voor latere generaties.

Die schoonzoon is Pieter Bruegel I, of Pieter Bruegel de Oude, of Pier den Drol of Pier den Drollige, wordt rond 1525 geboren in Breugel of Breda en zal een van de belangrijkste en meest vernieuwende kunstenaars uit de 16de eeuw worden.

Pieter Bruegel de Oude – Ekster op de Galg

Pieter Bruegel (familienaam nog zonder H geschreven), schilderde dit in 1568, vlak voor zijn dood, aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog. In een overweldigend landschap dansen boeren vrolijk en onbekommerd voor naderend onheil rond een galg. Bovenop de galg en ook onderaan zitten twee eksters.

Hy liet zijn Vrouwe in Testament een stuck met een Exter op de galgh, meenende met dÉxter de clappighe tongen, die hy de galgh toe eyghende, schreef Karel Van Mander in Het Schilder-Boeck. De ekster, als symbool voor ‘de roddelende tongen, die hij graag aan de galg zou zien.’ Pieter de Oude wou dat het paneel in familiebezit bleef. Vrouw Mayken (met dezelfde naam als haar moeder) Coecke overleed echter negen jaren na haar man, in 1578 en vanaf dan tot haar dood in 1599 stond haar 60 jaar oude moeder Mayken Verhulst in voor de opvoeding en schildervorming van haar kleinzonen Pieter en Jan en dus ook voor de zorg over het familiebezit.

een bruegelprent

Rond het midden van de 16de eeuw richtte Hieronymus Cock in Antwerpen de prentenuitgeverij ‘Aux Quatre Vents’ (In de Vier Winden) op, die zich tot de belangrijkste in de Lage Landen ontpopte. Voor zijn prenten deed de uitgever enerzijds beroep op kunstenaars – onder wie Bruegel – voor het aanleveren van ontwerptekeningen, en anderzijds op gespecialiseerde etsers en graveurs om deze ontwerpen in de koperplaat te snijden. Vervolgens werd de koperplaat op papier afgedrukt in meerdere exemplaren.

Een Bruegel-prent is met andere woorden een prent waarvoor Pieter Bruegel het ontwerp maakte. Vandaag zijn nog een 60-tal tekeningen van hem bewaard. Het ontwerp in de koperplaat snijden gebeurde door de prentmakers Frans Huys, Pieter van der Heyden, Philips Galle en Lucas en Joannes van Doetecum, die elk in hun eigen stijl werkten ( zie op de site van Museum Plantin Moretus)

Karel Van Mander schrijft in zijn biografie over Pieter Breugel I dat hij tijdens zijn reis naar Italië “alle bergen en rotsen inslikte en ze bij zijn terugkeer uitspuwde op zijn doeken en panelen”.

Pieter Brueghel de Jonge (Brussel, 1564 of 1565 – Antwerpen, 1638)

De tekeningen, schilderijen en vooral gravures van ‘den Oude’ vormen de basis van de latere kunstzinnige exploten. De oudste zoon, Pieter de Jonge, kopieert gewillig zijn vader maar mist de zwierige hand. Hij maakte minstens dertien kopieën van zijn vaders Volkstelling te Bethlehem.

Jan Brueghel de Oude (Brussel, 1568 – Antwerpen, 1625)

De “fluwelen” of “bloemen” Brueghel. De tweede zoon, Jan (Jan Brueghel de Oude), was amper één jaar toen zijn vader stierf. De verfijnde miniatuurtechniek van grootmoeder Mayken is duidelijk doorgegeven in het oeuvre van Jan. In het kopiëren van zijn vader neemt hij veel meer vrijheid dan zijn broer, zijn werken zijn speelser.

Dit boslandschap is het decor voor een klassiek godinnendrama. Lokale boeren verhinderen Latona, de moeder van Apollo en Diana, om uit een beekje te drinken. Voor straf verandert Latona hen voor eeuwig in kikkers. Twee boeren hebben al een kikkerkop.

Het boeket met juweel is een van de eerste stillevens in de Nederlandse kunst. Jan Brueghel schilderde het voor de aartsbisschop van Milaan, Federico Borromeo. Magnifieke bloemstukken werden nog geproduceerd door de volgende generatie met Anna-Maria Janssens (1620-1668), de echtgenote van Jan Brueghel de jonge.

kunstkamers

De werken van de Brueghels werden vroeger vaak gekocht als onderdeel van de ‘Wunderkammers’ van de elite en opkomende middenklasse.

In het culturele leven in zeventiende-eeuws Antwerpen speelden verzamelaars én vrouwen een niet onbelangrijke rol. Zo’n familie van verfijnde verzamelaars was de (uitgeweken) Portugees-Sefardische familie Duarte. De inventaris van musicus Diego Duarte vermeldde drie schilderijen van Pieter Bruegel de Oude, veertien van Jan Brueghel de jonge, maar ook werken van Rubens, Van Dyck, Vermeer… Ook zijn zus Leonora Duarte (1610- 1678) was muzikante, componiste én verzamelaarster.

Schilderwerk kende ‘specialisaties’ waarbij werkstukken à quatre mains werden uitgevoerd. Frans Snijders was de dierenschilder, Rubens nam de menselijke gedaantes voor zijn rekening, Jan Brueghel de florale motieven en landschappen. De fluwelen Bruegel en Rubens produceerden zo samen vijfentwintig werken.

Abraham Brueghel (1631 – 1690 of 1697)

Abraham Brueghel was de tweede zoon van Jan Brueghel de Jonge. Hij heeft bijna zijn hele leven in Italië gewoond en trouwde met een Romeinse.

Jan van Kessel (1626 – 1679)

Jan van Kessel de Oude werd in Antwerpen geboren als zoon van Hieronymus van Kessel de Jonge en Paschasia Brueghel (de dochter van Jan Brueghel de Oude). Hij was dus de kleinzoon van Jan Brueghel de Oude, de achterkleinzoon van Pieter Bruegel de Oude en de neef van Jan Brueghel de Jonge.

David Teniers de Jonge

De Brueghels waren niet alleen kunstenaars maar ook machtige bestuurders. David Teniers de Jonge was conservator van de aartshertogelijke collectie in Brussel en stichtte de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.