
Shin Hanga, de nieuwe prenten van Japan
Het Japanmuseum Sieboldhuis op het Rapenburg in Leiden is vernoemd naar Philipp Franz von Siebold, die dit huis van 1832 tot 1845 bezat.
de vaste tentoonstelling
Philipp von Siebold
Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796 – 1866), geboren in het Beierse Würzburg kwam uit een familie van artsen. Philipp’s grootvader, vader, en beide ooms waren allen hoogleraar geneeskunde aan de universiteit van zijn geboortestad, en in 1815 begon ook Siebold de studie geneeskunde in Würzburg.
In 1822 werd hij geneesheermajoor in het Nederlands Oost-Indische leger met als standplaats Batavia. Daar trok hij al snel de aandacht van de Gouverneur-generaal. Siebold leek de ideale persoon om naar Japan te sturen, een land met een centrale plaats in de veranderende wereldpolitiek. Japan was tot dat moment een onbekende mogendheid, met strikt gesloten grenzen. Handel was toegestaan, maar was beperkt tot een handelspost op het speciaal voor dit doel gebouwde kunstmatige eiland Deshima.

Direct na aankomst legde hij contact met Japanse medici en natuurwetenschappers. Sommigen van hen konden de Nederlandse taal spreken en schrijven en werden Rangakusha – letterlijk: Holland-deskundigen – genoemd. Het huis van Siebold groeide al gauw uit tot een centrum van ontmoetingen, lezingen en discussies, waarbij de gastheer werd erkend en gewaardeerd als een expert op het gebied van de Westerse wetenschap.
Siebold richtte zich op het verzamelen van planten, dieren en zaden en allerlei gebruiksvoorwerpen en nam kunstenaars in dienst om dieren, voorwerpen en gebruiken op papier vast te leggen. Siebold verzamelde tijdens zijn uitstapjes ook zoveel mogelijk natuurlijk materiaal. Zijn leerlingen namen voor hem planten, dieren en gesteenten mee en hij huurde drie jagers om bijzondere dieren voor hem te verzamelen.
Na een maandenlange reis naar Edo, het huidige Tokyo, waar Siebold naast vele objecten ook in het bezit van landkaarten van Japan kwam, zou hij bij terugkomst op Deshima direct naar Java vertrekken. De voorwerpen werden alvast naar Deshima verstuurd. De landkaarten werden echter ontdekt en Siebold werd ervan beschuldigd te spioneren voor de Russische staat. Het bezit van landkaarten was immers streng verboden. Na een periode van huisarrest en onderzoeken werd Siebold in oktober 1829 voorgoed uit Japan verbannen. Op dat moment wist hij nog niet dat deze ban later zou worden opgeheven. Siebold bleef een belangrijke rol vervullen als adviseur over Japanse zaken. In 1859 reisde hij nog een maal naar Japan.
Siebold’s verzameling
Het SieboldHuis biedt het mooiste uit het oude en nieuwe Japan in een Hollands huis met historische allure: prenten, lakwerk en keramiek, fossielen, herbaria, geprepareerde dieren, kleding, oude landkaarten en honderden andere schatten. Alles is tussen 1823 en 1829 in Japan verzameld door Philipp Franz von Siebold.
In de zes jaren die Siebold in Japan woonde, heeft hij een immense collectie opgebouwd van meer dan 25.000 voorwerpen. Hij wist met behulp van Japanse vrienden en leerlingen, veel voorwerpen te verzamelen. Zo vroeg hij vaak specimens van planten, dieren of gebruiksvoorwerpen als betaling voor medische diensten of het afnemen van examens. In de Panoramakamer, met bijna vier meter hoge vitrines, staat een deel van deze enorm diverse collectie opgesteld.

kawahara keiga
Kunstenaar Kawahara Keiga (1786-1860) werd geboren in de tijd van het streng isolationistisch beleid Sakoku. De term betekent letterlijk “geketend land”; vrije uitwisseling met de buitenwereld was bijna verboden, met uitzondering van streng gecontroleerde handel en beperkte diplomatie. Gedurende deze tijd werd Keiga een volleerd kunstenaar die leefde binnen de Nederlandse gemeenschap op het eiland Dejima in het westen van Japan.
Dejima was een kunstmatig eiland gebouwd in 1634 om Nederlandse en Portugese handelaren te huisvesten. Het was hen verboden om het hoofdeiland te betreden zonder speciale toestemming. Het werd een van de weinige plaatsen waar Japanners en Nederlanders met elkaar konden communiceren. Dejima bleef een centrale rol spelen voor de handel tot 1859, zes jaar na het einde van de Sakoku-politiek.
Keiga, geboren in Nagasaki, verdiende op 25-jarige leeftijd de titel “schilder van Dejima” en kreeg officiële toestemming om de buitenpost te betreden. Hij begon meteen na aankomst te werken, maar pas toen hij Siebold vijf jaar na zijn residentie ontmoette, veranderde Keiga drastisch als kunstenaar. Zijn werk met de Nederlandse arts was gericht op het onderzoeken en verzamelen van de flora en fauna van Japan. Keiga schilderde zijn onderwerpen met delicate precisie en een elegant kleurenpalet. Siebold prees Keiga in een brief aan zijn assistent, geschreven in de tijd dat de arts Japan zou verlaten. In dezelfde brief stelde Siebold een ambitieus idee voor om alle vissoorten in Japan te schilderen. Tegenwoordig bevinden meer dan 300 van Keiga’s levendige visillustraties zich in het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden.

Keiga schilderde ook veel landschappen en scènes uit het dagelijks leven van Japanners. Deze werken waren bedoeld voor Nederlandse handelsofficieren en werden geschilderd met traditionele materialen, zoals inkt en kleur op zijde, maar gedaan met een westers perspectief of vogelperspectief. “Schilderijen die Nederlanders mee naar huis kunnen nemen, zijn gemaakt door de enige schilder in Nagasaki”, aldus Johan Frederik van Overmeer Fischer in Bijdrage tot de kennis van het Japansche rijk. Overmeer Fischer bracht vele jaren door in Dejima als Nederlands officier en handelsagent. Hij beschouwde Keiga met grote achting en zag in deze schilderijen niet alleen kunst, maar ook een zeldzaam visueel verslag voor Europeanen.


Keiga was Siebold’s ogen op Japan, begon zijn werken onder de expliciete regie van de dokter en schetste onderwerpen met nauwgezette precisie, maar hij zou uiteindelijk zijn eigen stijl ontwikkelen door de beste westerse en Japanse technieken te combineren. Hierin bleef hij trouw aan zijn titel “de schilder van Dejima”, die Europeanen een verleidelijke blik op Japan in het Verre Oosten bood.
de tijdelijke tentoonstelling

Van 17 juni t/m 11 september 2022 toont Japanmuseum SieboldHuis de nieuwe prenten van Japan in ‘Shin hanga’. Deze tentoonstelling geeft een groot overzicht van de 20ste-eeuwse prentkunst met topstukken uit privécollecties. Shin hanga (nieuwe prenten) kan worden gezien als de ‘herontdekking’ van de traditionele prentkunst, maar dan met een nieuwe vormentaal. De ruim honderddertig werken worden gekenmerkt door grote technische perfectie en uitzonderlijke kwaliteit.
shin hanga
Shin hanga (letterlijk vertaald : ‘nieuwe prentkunst’) is een vernieuwingsbeweging van de Japanse traditionele prentkunst (ukiyo-e) in het begin van de 20ste eeuw. Uitgever Watanabe Shōzaburō (1885-1962) stelde vast dat de productie van houtsneden achteruit ging door de concurrentie van nieuwe, geïmporteerde technieken zoals de fotografie of de lithografie. Hij werd de grootste promotor van de beweging. Hij omringde zich met kunstenaars wier ontwerpen hij produceerde met de traditionele houtdruktechnieken.
Shin-hanga-kunstenaars verwerkten westerse elementen zoals de indruk van licht en de expressie van individuele stemmingen. Hoewel de meeste klassieke thema’s aan bod komen, zoals landschappen, mooie vrouwen (bijin), kabuki-acteurs en bloem- en vogeltekeningen, weerspiegelen de Shin hanga-prenten ook de modernisering van Japan en vertolken ze een nieuwe esthetiek, die gepaard gaat met een uiterst verzorgde productie.

Friedrich (Fritz) Capelari
Terug naar huis in de regen, 1915
Capelari baseerde dit werk op een ontwerp van Katsushika Hokusai, Figuren in sneeuw en regen, uit het eerste deel van zijn populaire Hokusai manga.
Ito Shinsui
Voor de spiegel, 1916
Voor de Spiegel is het eerste shin hanga-werk van Shinsui en ook zijn eerste samenwerking met Watanabe. Watanabe ontdekte zijn werk op een van de tentoonstellingen georganiseerd door Shinsui’s leraar. Hij was gecharmeerd door één schilderij in het bijzonder van een vrouw en profil.


Ito Shinsui
Sneeuwnacht, 1923
Uit de serie Twaalf vormen van nieuwe schoonheden
Prenten uit deze serie werden maandelijks verspreid onder tweehonderd abonnees. Dit was een poging van Watanabe om buitenlandse klanten aan te spreken en een gevoel van exclusiviteit en luxe te bevorderen. Genummerde edities werden echter vaak gevolgd door ongenummerde.
Ohara Koson (Shoson)
Zilverreiger op een besneeuwde tak, 1926
Dit is een van Kosons markantste ontwerpen . Vermeldenswaard zijn de subtiele details van de afdruk: een deel van de veren is weergegeven in blinddruk, maar beter zichtbaar gemaakt door het gebruik van een extra roze blok. Over de snavel is een groen pigment gedrukt.


Ito Shinsui
Landschappen
Hoewel Ito Shinsui voornamelijk bekend is om zijn prenten van mooie vrouwen, waren zijn landschappen zeer invloedrijk. In 1917 gaf hij met Watanabe een portfolio uit met acht gezichten van de provincie Omi, een klassiek thema dat werd gebruikt vanaf Haronobu in de 18de eeuw tot Hokusai en Hiroshige in de 19de. Het verschil met zijn beroemde voorgangers is echter enorm. Dit zijn intieme landschappen waarin het weer, de lichtval en de afwezigheid van mensen de belangrijkste aspecten zijn.
Ito Takashi
De veerpont van Odai, 1922
Odai is het gebied in het noorden van Tokyo waar de rivieren Sumida en Ara samenkomen. De enige manier om de rivieren over te steken was per veerboot, totdat er in 1933 een brug werd gebouwd.


Yamahara Koka
Onoe Matsusuke IV in de rol van Komori Yasu in het stuk Kirare Yosa
Koka’s tweede prent met Watanabe verbeeldt Onoe Matsusuke IV als Komori Yasu, een afperser die zijn bijnaam ontleent aan de tatoeage van een vleermuis op zijn gezicht.

