Verzoeningsgeschenk aan een rebelse stad
Karel de Stoute werd geboren in het hertogelijk paleis van Dijon op 11 november 1433, als derde en enige overlevende zoon van Filips de Goede en Isabella van Portugal. In 1454 (her)trouwde Karel in Rijsel met zijn nicht Isabella van Bourbon, die aan het Bourgondische hof werd opgevoed. Op 13 februari 1457 werd in Brussel hun eerste en enige kind geboren: Maria van Bourgondië.


In 1468 leidde Karel de Stoute, toen pas hertog van Bourgondië geworden, een strafexpeditie tegen de stad Luik, zetel van het gelijknamige prinsbisdom. De stad revolteerde tegen het vredesakkoord dat het jaar voordien onder druk met de hertog van Bourgondië was gesloten en dat de feitelijke annexatie van het prinsbisdom bezegelde. Het militaire antwoord van de hertog op deze rebellie was verschrikkelijk. Na de bezetting en inname, werd de stad systematisch geplunderd en uitgemoord. Verschillende wijken werden platgebrand, huizen en zelfs kerken werden leeggeplunderd. De stad verloor een kwart van haar bevolking.
In 1471 toonde de hertog zich grootmoedig en schonk hij de stad vergeving. Bij die gelegenheid bedacht hij de Sint-Lambertuskathedraal met een prachtige reliekhouder met een reliek van de Heilige Lambertus (nu dus in de schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal). Karel de Stoute liet de reliekhouder in 1466-1467 vervaardigen door de Rijselse edelsmid Gerard Loyet, die hiervoor 1200 pond van 40 groten ontving. Loyet was als edelsmid en “valet de chambre” verbonden aan het Bourgondische hof. Het kostbare kleinood was reeds van bij de bestelling bestemd voor de Luikse hoofdkerk. De gebeurtenissen van 1468 hebben de schenking echter verdaagd naar een latere datum en haar een heel andere betekenis gegeven.
De reliekhouder is vervaardigd in goud, verguld zilver en email en bestaat uit een volplastische figurengroep op een brede zeshoekige sokkel. Karel de Stoute knielt eerbiedig op een kussen en houdt met beide handen een zeshoekig kokertje in bergkristal vast, de eigenlijke reliekhouder, waarin een vingerkootje van de Heilige Lambertus wordt bewaard. De hertog wordt voorgedragen door de Heilige Joris die eerbiedig zijn helm afneemt. Aan de voeten van de heilige kronkelt zich een kleine draak. Beide figuren zijn uitgedost in een pronkerig harnas. Rond de hals van de hertog hangt de ketting met het Gulden Vlies. Karel de Stoute is bijzonder karaktervol en realistisch geportretteerd. Zijn gelaatstrekken worden betekenisvol herhaald in het aangezicht van de Heilige Joris. De houding van de Heilige Joris is sterk verwant aan die van dezelfde heilige in de Madonna met Kanunnik van der Paele (1436, Groeningemuseum, Brugge) van Jan van Eyck. Op het voetstuk van de reliekhouder liet de hertog de letters C en M graveren, de initialen van zijn eigen naam Charles en die van zijn tweede echtgenote Marguerite, samen met de hertogelijke wapenspreuk “Je lai empri(n)s” (ik heb het ondernomen). Dit devies zal de Luikenaars ongetwijfeld als een blijvende waarschuwing in de oren hebben geklonken.
Uit tijdschrift Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, artikel van Jan Klinckaert
