Kasteel d’Ursel, Hingene (Bornem)

Print and Paint, 350 jaar Bloemen op katoen
Gedurende bijna vier eeuwen was het kasteel de favoriete zomerresidentie van de adellijke familie d’Ursel. Elke zomer trok de hertog met zijn familie en bedienden naar zijn schitterende zomerverblijf. Nu is het kasteel eigendom van de provincie Antwerpen.



In vijftien kamers van het kasteel zijn de muren bespannen met zogenaamde sitsen. Dat zijn katoenen stoffen die in India of Europa werden beschilderd of bedrukt. De oudste stukken dateren uit het midden van de 17de eeuw en de jongste werden pas in 1967 geplaatst. Allemaal samen vormen ze een unieke collectie: in geen
enkel kasteel in Europa zijn er meer sitsen te vinden dan in Hingene.




Het Chinese behang


Het blauwe en roze behangpapier werden rond 1875 met de hand beschilderd in de Zuid-Chinese havenstad Kanton. Tapissier Huygelen monteerde het blauwe behang vrijwel direct, maar het roze behang lag nog bijna dertig jaar op zolder. Volgens de familieoverlevering liet Henriëtte d’Harcourt, vijfde hertogin, de rollen elk jaar naar beneden halen, afrollen… en opnieuw opbergen op zolder, omdat de oude sitsen volgens haar nog goed genoeg waren. In juni 1903 brak er echter brand uit in de kelderkeuken, die deels oversloeg op de salon. Alphonse, de concierge van het kasteel, slaagde erin om de vlammen te doven, maar een deel van de sits was onherstelbaar beschadigd. Na het overlijden van Henriëtte in 1904 besliste Sabine Franquet de Franqueville, zevende hertogin, om het roze behang te laten plaatsen in de salon en de aangrenzende bibliotheek. Opdat de tekeningen mooi zouden aansluiten, fotografeerde zij elke rol, nummerde ze en paste ze vervolgens in elkaar als een puzzel.
Tientallen jaren verbluft het roze behang de familie, de kennissen en de vrienden van de hertog. In 1929 maakte Henriëtte d’Ursel een nieuwe aquarel en ook op oude foto’s is het vaak te zien. Enkele zeldzame kleurenfoto’s tonen de grote salon kort voor de verkoop in 1973. Nadien had het behang erg te lijden onder de leegstand van het kasteel. De intense rozerode kleur was op veel plaatsen zo goed als verdwenen onder invloed van te fel licht. Vocht en sterke temperatuur- wisselingen hadden plaatselijk vervormingen, vlekken en schimmels veroorzaakt. Op verschillende plaatsen was het papier van zijn houten raam afgescheurd en in de bibliotheek ontbraken er meerdere panden. Bij de start van de restauratiewerken in 1994 werden de behangensembles gedemonteerd en in de mate van het mogelijke hersteld. Toch blijft het duidelijk dat dit papier geleefd heeft en dat het de charme van de jaren met zich meedraagt.

Dat werd des te duidelijker in 2009, toen onverwacht vier rollen van het roze Chinese behang aan het kasteel geschonken werden. Blijkbaar was er na het behangen nog wat overschot, die opnieuw werd opgeborgen op zolder. Na bijna 150 jaar zijn de oorspronkelijke kleuren zo gaaf bewaard dat het lijkt alsof ze net uit het atelier in Kanton komen.

Rok Katoen met linnen voering (1750-1800), Nederland
Modieuze dames uit de elite gingen niet de hele dag gekleed in de fraaie japonnen die we gewoonlijk op schilderijen zien. Tijdens de informele uren van de dag droegen ze een meer eenvoudige jak-rok combinatie. Voor gewone burgervrouwen was dit zelfs de algemene bovenkleding. Toch kon een jak ook modieus zijn, zoals het hier getoonde stuk.
Modieuze dames droegen ook steeds een fichu, driehoekig dubbelgevouwen en om de hals gedrapeerd. De uiteinden werden in het jak gestoken. Onder het jak droegen vrouwen meerdere rokken. De onderste rokken waren van wit, wasbaar materiaal. Daaroverheen kwamen mooie gekleurde rokken. Deze witte katoenen rok is bedrukt met een grote bloemenslinger. Japonnen en rokken hadden nog geen zakken, maar door de zijsplitten kon een los omgehangen zak worden bereikt.
Japon en cape met linnen voering (ca. 1865), Frankrijk
Deze katoenen crinolinejapon of hoepeljurk met bijhorende cape was bestemd voor zonnige zomerwandelingen. Hij dateert uit 1865 en werd waarschijnlijk geproduceerd in Mulhouse in de Elzas, waar zich toen de belangrijkste Franse katoendrukkerijen bevonden. Ze maakten kledingstoffen van hoge kwaliteit die in de Parijse warenhuizen werden verkocht, samen met de patronen en de bijhorende modeprenten. Deze hoepeljurk is vervaardigd uit twee stoffen die met verschillende technieken werden bedrukt. De eigenlijke japon en de cape werden bedrukt met gebruik van koperen cilinders. In 1783 nam de Schot Thomas Bell een patent op een cilinderdruk-machine. In Frankrijk stond de eerste cilinderdrukmachine in Jouy-en-Josas. In de vroege negentiende eeuw volgden de drukkerijen in de regio rond Parijs en de Elzas. Toch bleef de oude techniek van de blokdruk nog lang in gebruik. De boorden van deze jurk, met strepen en kleine bloemen, zijn bijvoorbeeld nog gedrukt met houten blokken.


Japonse rok, Kamerjas Katoen, voering wit katoen (1775-1800), Nederland
Vanaf 1609 mocht de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie als enige handeldrijven met Japan. Leden van de VOC ontvingen zijden gewatteerde kimono’s als relatiegeschenk en brachten die mee naar Europa. Deze kamerjassen werden bijna altijd ‘japonse rok’ genoemd. De vraag naar deze wijde mantels nam toe naarmate de jas van het driedelige herenkostuum strakker en nauwer werd. Die kostuumjassen waren ongemakkelijk in het dragen, allereerst door het gewicht van de geborduurde stoffen. Toch zorgde de snit van de jas voor het grootste ongemak. Het achterpand werd veel nauwer gesneden dan de voorpanden, waardoor de schouders naar achteren gedwongen werden. De mouwen werden onnatuurlijk hoog ingezet, waardoor het onmogelijk was om de armen te laten hangen of naar voren te buigen. Thuis was het voor heren heel prettig om de jas van het pak te vervangen door een lange kamerjas, die ook warmte bood aan de in zijden kousen gestoken benen.
Palempore, Katoen (1720-1750), India
Deze prachtige sits is een palempore die tussen 1720 en 1750 werd beschilderd in India. Dit soort doeken werd gemaakt voor de westerse markt en ze waren doorgaans bedoeld als sprei, ledikantbehang of wandbespanning in een exotisch geïnspireerd interieur. Het motief is een zogenaamde levensboom en het bestaat uit Indische, Perzische, Turkse en Chinese elementen.
‘Op een bepaald moment was de sprei vermaakt tot een rok en in de verkleedkoffer beland. Met een band in de taille kon de rok worden ingehaald en dichtgestrikt. De rok werd voorzichtig uit elkaar gehaald. Toen bleek pas wat een enorme lap stof erin was verwerkt. Hij was in de lengte dubbel gevouwen en de randen waren onzichtbaar weggewerkt. Het verkleden en zeker de inhaalband hebben wel schade veroorzaakt, maar gelukkig is de sprei bewaard gebleven en weer in volle bloei te zien.’






