Léon Spilliaert (de Reede, Antwerpen)

Voor het Antwerpse grafiekmuseum De Reede heeft curator Anne Adriaens-Pannier zo’n 50 tekeningen en steendrukken van Spilliaert bijeengebracht, bijna allemaal uit privébezit. Een buitenkans om die te kunnen bewonderen.

Er was een tijd dat er in feite niemand wakker lag van de onconventionele werken van Spilliaert. Men kon aan deze eenzaat immers geen plaats geven in de belangrijke Europese kunststromingen uit zijn tijd en dit speelde lang in zijn nadeel.

‘Léon Spilliaert was als jonge twintiger niet gelukkig’, zegt Adriaens-Pannier. ‘Hij had geen succes omdat hij niet in de mode was. Rond 1900 floreerde het impressionisme nog. Dat interesseerde Spilliaert niet. Het luminisme, dat aan een opmars begon, was ook niet aan hem besteed. Hij hield van zwart. Dat zie je in zijn vroege werken. Spilliaert was erg beïnvloed door geschriften van Friedrich Nietzsche en Arthur Schopenhauer, niet de vrolijkste filosofen. Bij Spilliaert manifesteerde zich dat ook in de titels: ‘De dood’, ‘Eenzaamheid’, ‘De gedachte’, ‘De dood en het meisje’.’

Spilliaert was een erg productieve kunstenaar. Tussen 1900 en 1946 maakte hij zo’n 4.500 werken. Het merendeel op papier. ‘Spilliaert sliep slecht. Voor zijn ontbijt had hij meestal al een tekening gemaakt. Dat duurde allemaal niet zo lang als schilderen met olieverf op doek.’

Op de expo is te zien hoe Spilliaert van enkele tekeningen daarna grafiek maakte. ‘Léon was geen groot graveur, maar hij deed zijn best. We weten dat hij bij zijn stads- en tijdgenoot James Ensor op bezoek is geweest voor tips en tricks. Ensor was wel een uitstekende graveerder.’ Voor steendrukken (lithografieën) deed Spilliaert wel een beroep op een professional. Het resultaat is ernaar.

Niet minder dan 14 zelfportretten van Léon Spilliaert zijn er te zien in De Reede. Niet de grote werken, met een spiegel of een schildersezel, maar eenvoudige, spontaan uitgevoerde schetsen van zijn eigen hoofd. Zonder iets te verbloemen, met licht en schaduw haarscherp afgelijnd als bij een doodskop. In de oorlogsjaren voel je zijn beklemming. “Vaak valt het licht op zijn voorhoofd”, zegt Anne Adriaens-Pannier, terwijl de ogen holle gaten lijken. Op andere zelfportretten kijkt Léon Spilliaert de toeschouwer wel rechtstreeks aan met een doorborende blik.