
Richard Egarr (dirigent), Nicholas Mulroy (tenor), Neal Davies (bariton), Elizabeth Watts (sopraan), Rosanne van Sandwijk (mezzosopraan), Andrew Tortise (tenor), Andrew Foster-Williams (bas-bariton), Choeur de Chambre de Namur, Kinderkoor Opera Ballet Vlaanderen.
Boekje bij de voorstelling
#hoogtepunt
Men kan er simpelweg niet omheen: er is niet één componist die een dergelijk omvangrijk en kwalitatief indrukwekkend oeuvre heeft nagelaten als Johann Sebastian Bach. Alle genres die Bach onder handen nam, kwamen bij hem tot een nieuw hoogtepunt. Niet voor niets wordt gewoonlijk zijn sterfjaar 1750 als symbolische einddatum beschouwd van de barokperiode. Binnen dat bijzondere oeuvre bekleedt zijn Mattheuspassie een centrale plaats: weinig werken worden door kenners en liefhebbers zo geloofd en geliefd. Bachs monumentale oratorium voor twee koorgroepen, twee arkestgroepen en solisten bezint zich over het lijdensverhaal van Christus in meeslepende melodieén, smartelijke samenklanken en polytone perfectie. Bovenal is de Mattheuspassie een meesterlijk staaltje muzikale retoriek, waarbij alle parameters worden ingezet voor hetzelfde doel: de luisteraar zo diep mogelijk raken.
#oratoriumpassie
Na enkele jaren als Konzertmeister in Weimar en als kapelmeester in Köthen, werd Bach in 1723 aangesteld als cantor van de Thomaskirche in Leipzig. De verantwoordelijkheid voor zowel muziekonderwijs als muziekuitvoering in een prestigieuze stad als Leipzig betekende zonder twijfel de grootste stap in zijn muzikale carrière. De taak die Bach kreeg voorgeschoteld, was evenwel niet min: om de zondagsmis op te luisteren, moest iedere week een nieuwe cantate (een meerdelig werk voor koor, solisten en orkest) klaarliggen, waarvan de tekst aansloot bij het evangelie van de dag. Met enige voorzichtigheid kan men zeggen dat Bachs cantates uit Leipzig het hoogtepunt vormen van zijn componeerstijl. Hier bereikte hij immers een onnavolgbare eenheid van tekst en muziek, van retoriek en expressie. Voor enkele kerkelijke hoogdagen schaalde Bach zijn ambitie nog verder op. Onder meer voor Kerstmis en Pasen componeerde hij oratoria, die qua vorm sterk lijken op cantates maar qua omvang en insteek eerder aanleunen bij een (religieuze en niet-geënsceneerde) opera. Een oratorium voor de paastijd wordt passie of oratoriumpassie genoemd, en daarvan componeerde Bach er hoogstwaarschijnlijk vijf. De Johannespassie en Mattheuspassie kennen vandaag een bijzonder rijke uitvoeringstraditie (vooral in Nederland, Duitsland en België), van een Marcuspassie bleef enkel de tekst bewaard, en van twee andere passies wordt melding gemaakt in Bachs overlijdensbericht,
#mattheusevangelie
De Mattheuspassie is Bachs bekendste en meest uitgevoerde oratorium. Het precieze dateren van dit werk blijft voor discussie zorgen, maar waarschijnlijk ging Bachs magnum opus in première op Goede Vrijdag 11 april 1727 in de Thomaskirche in Leipzig. Het libretto voor zijn passie vond Bach bij Picander, een bekende dichter die ook teksten schreef voor een groot deel van Bachs cantates. Voor het leeuwendeel van de tekst baseerde Picander zich op het evangelie volgens Mattheus, maar hij voegde ook grote stukken nieuwe tekst toe, die het verhaal vanuit een meer individueel perspectief belichten. Bach componeerde bijna drie uur muziek, onderverdeeld in twee grote delen, voor een reuzenbezetting van twee koren, zes solisten, twee orkestgroepen en twee orgels. Typisch voor Bach zijn de symboliek en gelaagdheid die op verschillende niveaus aanwezig zijn. Qua vorm is de Mattheuspassie niet toevallig opgebouwd als een kruis. het korte eerste deel beschrijft de arrestatie van Christus, het langere tweede deel zijn proces en zijn kruisiging. De verloochening van Petrus komt in beide delen, centraal voor, en fungeert zo als spil waar de beide delen van het kruis elkaar raken.
#verschillendeperspectieven
In essentie bestaat de Mattheuspassie uit een afwisseling van koordelen, recitatieven en aria’s. De afwisseling tussen deze verschillende vormen heeft een eigen logica en ondersteunt de actie in zowel tekstuele als muzikale zin. De recitatieven worden grotendeels gezongen door de Evangelist, die het lijdensverhaal van Christus op een tamelijk feitelijke manier vertelt. Bachs recitatieven zijn sober of zelfs niet georkestreerd, worden louter ondersteund door akkoordformules, en bevatten veel tekst op weinig noten. Hier ontvouwt zich met andere woorden de actie. De aria’s daarentegen worden gezongen door de personages zelf, namelijk Christus en enkele nevenpersonages zoals Pontius Pilatus, Judas en Petrus. Omdat deze aria’s geen actie bevatten maar eerder kristallisatiepunten zijn van bepaalde emoties, bevatten ze relatief weinig tekst op uitvoerig versierde en orkestraal begeleide melodieën. De vuistregel is duidelijk: hoe meer emoties, hoe meer de muziek het overneemt van de tekst. Het koor, tot slot, reflecteert op de actie in verschillende hoedanigheden. Nu eens vertolken ze de stem van het aanwezige volk (zoals in de oproep lass ihn kreuzigen of ‘laat hem kruisigen’), dan weer de toeschouwer van buitenaf (zoals in het aanroepende openingskoor Kommt ihr Tochter). en dan weer de nederige gelovige (zoals in het smartelijke koraal O Haupt voll Blut und Wunden). Door twee koorgroepen tegenover elkaar op te stellen en te laten dialogeren, maakt Bach ruimte voor een levendige dynamiek tussen uiteenlopende meningen van het volk, of verschillende perspectieven op de actie.
#affecten
Het is best opmerkelijk dat de Mattheuspassie in het Duits gezongen wordt en niet in het Latijn, zoals het grote merendeel van liturgische composities. De kracht van Bachs passies in de volkstaal valt te begrijpen tegen de achtergrond van de Reformatie, die al vanaf de zestiende eeuw voet aan grond kreeg in Noord-Duitsland. Toen het protestantisme opmars maakte, stelden de hervormers alles in het werk om de liturgie opnieuw dichter bij de mensen te brengen. Tekstverstaanbaarheid was hierbij hun grootste bekommernis, dus drong zich de noodzaak op van een geschikt alternatief voor enerzijds het elitaire Latijn, en anderzijds de polyfonie die muzikaal zo complex geworden was dat de tekst vaak zo goed als onverstaanbaar werd. Bovendien geraakte de gedachte in zwang dat niet alleen de tekst de religieuze boodschap diende over te brengen, maar ook de muziek zelf. Componisten uit de Duitse barok stelden dus alles in het werk om tekst en muziek zo nauw mogelijk bij elkaar te betrekken. Muziek werd opgevat als een vorm van retoriek: door middel van bepaalde melodische of ritmische formules, harmonische wendingen of instrumentencombinaties zou muziek concrete gevoelens of affecten kunnen oproepen bij de luisteraar. Het resultaat is muziek die zowel de letterlijke als de figuurlijke betekenis van de tekst illustreert. Precies daarin toonde Bach zich een meester. In de Mattheuspassie zal elke tekstuele referentie aan de hemel of het goddelijke hoge noten krijgen, terwijl woorden ‘begraven’ of ‘dood’ eerder in het lage register worden gezongen en gespeeld. Wanneer halverwege het werk een onweer losbarst, worden bliksemschichten (Blitze in het Duits) met flitsende drieklanken geschilderd. Ook op een meer symbolisch niveau brengt Bach muzikale betekenislagen aan: vertellende recitatieven worden niet door het orkest begeleid, behalve wanneer Christus aan het woord is
#koraal
Naast het nastreven van affecten is de koraaltraditie de belangrijkste exponent van de protestantse muzikale liturgie. Een koraal is een eenstemmig gezang op vertaalde tekst van de Bijbel, vaak op de tonen van een eenvoudig zingbare en reeds bestaande volksmelodie. Later dienden deze eenstemmige gezangen ook als uitgangspunt voor bewerkingen in de vorm van cantates, oratoria en passies. Ook Bachs Mattheuspassie bevat verschillende Koraalmelodieën die voor het toenmalige publiek bekend klonken. Soms liggen ze aan de oppervlakte en worden ze door het koor vierstemmig gezongen in een transparante muzikale zetting. Zo komt de melodie van het koraal O Haupt voll Blut und Wunden (oorspronkelijk van de renaissance-componist Hanns Leo Hassler) verschillende keren terug. Bach voorziet telkens een andere harmonische zetting, volgens de logica van het verhaal. Op andere plaatsen verweeft Bach de koralen vernuftig doorheen zijn eigen melodieën. In het openingsdeel priemt een koraalmelodie, gezongen door het kinderkoor, doorheen Bachs smartelijke meerstemmige koorzetting.
#persoonlijkebezinning
Bachs retorische kunsten maken dat zijn Mattheuspassie veel meer wordt dan een nuchtere vertelling. Het grootschalige oratorium is een intense ervaring die de luisteraar meesleept, aangrijpt en zelfs in de actie betrekt. Het openingskoor Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen nodigt meteen uit tot betrokkenheid: de luisteraar weet al wat er te gebeuren staat, hoewel de eigenlijke vertelling (de veroordeling en kruisiging van Christus) nog moet volgen. Het Verhaal van het lijden van Christus is met andere woorden ondergeschikt aan de reflectie op dat lijden. Daarvan getuigt ook de dramatische muziek van het openingsdeel; op een onverbiddelijk stuwende baslijn ontvouwt zich een prachtig polyfoon stemmenweefsel, klagend met veel klinkers en weinig tekst. Bach zet ook personages neer van vlees en bloed, en heeft vooral aandacht voor hun innerlijke gevoelswereld; voor hun reactie op de actie. Wanneer de hogepriester vraagt aan Petrus of hij Christus kent, zal hij tot driemaal toe ontkennen en zo zijn Heer verloochenen. Zodra hij zijn gebrek aan standvastigheid erkent, vraagt hij God om vergiffenis in het prachtige Erbarme dich. Petrus zingt vanuit de grond van zijn hart, waarbij zijn eenzaamheid wordt benadrukt door de smartelijk geornamenteerde vioolsolo. Deze passage illustreert de erg persoonlijke insteek van Bachs Mattheuspassie. Meer nog dan over de lijdensweg van Christus gaat het oratorium over de individuele mens en zijn persoonlijke verhouding tot het goddelijke. Waar Christus zich in Bachs Johannespassie duidelijk aandient als messias, als langverwachte redder van de mensheid, lijkt hij in de Mattheuspassie vooral nog een mens te zijn; een mens wiens offer later pas een verlossing zal blijken voor de mensheid. Van het aanroepende Kommt ihr Tochter, helft mir klagen tot het berustende slotkoraal Wir setzen uns in Tränen nieder: Bachs Mattheuspassie is geen aanbidding van een geboren Heiland, maar een bewening van een gestorven mens.
Copyright ARNE HERMAN voor Antwerp Symphony Orchestra
