Jakob Smits (1855 – 1928)
De kern bestaat erin alleen te blijven, zich geen -ist te noemen, geen adept te zijn van een of ander kubisme of futurisme – wat idioot is- maar te pogen zich zo goed mogelijk uit te drukken.
Jakob Smits was twee jaar jonger dan Vincent van Gogh en vijf jaar ouder dan James Ensor. In de kunstgeschiedenis wordt hij gesitueerd op de hoogvlakte van het impressionisme, met nu en dan al een uitschieter naar een tendens die men later het expressionisme zal noemen. Jakob Smits werd in 1855 te Rotterdam in een katholieke familie geboren. Zijn hele jeugd brengt hij in Nederland door; wanneer hij bij de vijfendertig is zal hij zich voorgoed vestigen te Achterbos bij Mol in de Antwerpse Kempen.


In Brussel kwam Jakob in contact met Jean Raymond Dedeyn, advocaat in Sint-Joost-ten-Node. Hij werd naar Verviers gestuurd voor een opdracht. Hier ontmoette hij Malvina, de dochter van de advocaat. Smits werd verliefd op Malvina. De liefde was wederzijds. In 1888 vroeg Jakob Malvina ten huwelijk, dit zeer tegen de zin van haar vader. Hij onterfde zijn dochter toen ze instemde om met Jakob te trouwen. Voor Malvina was de overgang van het mondaine bestaan in Brussel naar een armoedig leven in Achterbos een schok. Ze sprak de taal niet en had weinig contact met de plaatselijke bevolking. Er volgde een periode van armoede, intens werk en gezinsgeluk. Jakob en Malvina kregen vijf kinderen: Boby, Marguerite, Madeleine, Kobe en Alice.


Jules Schmalzigaug (1882 – 1917)
Schmalzigaug, van Duitse afkomst, behoorde tot een van de eerste Belgische avant-gardekunstenaars die zich manifesteerden in het Italiaans futurisme. Hij probeerde licht, kleur, vibraties en beweging in al zijn variaties uit te beelden. Via het futurisme evolueerde hij naar de abstracte kunst. Hij stierf jong en werd vlug vergeten.


Een brief van Jules Schmalzigaug aan Jakob Smits vanuit Venetië, op 8 april 1913, werpt een nieuw licht op de artistieke relatie tussen de twee kunstenaars. De jonge Schmalzigaug vond in Smits een mentor die een grote invloed zou hebben op zijn visie over atelier-omstandigheden, kleurgebruik en contrastwerking. Het is een bijzonder boeiend en verhelderend document omdat Schmalzigaug, bezeten van het Italiaanse futurisme, hierin zijn persoonlijke toepassing van Smits’ lichttheorie uitvoerig toelicht en aan kritiek van de meester onderwerpt. Voor zover ons bekend werd deze brief nooit eerder gepubliceerd. In de tentoonstelling Jules Schmalzigaug versus Jakob Smits gaat het werk van Jakob Smits in dialoog met dat van zijn jongere kunstbroeder Jules Schmalzigaug, onze enige echte Belgische futurist. Schmalzigaug zette beslissende stappen in zijn carrière nadat hij overtuigd was geraakt door Smits’ uitgesproken ideeën over kunstopvatting en werkwijze.


Schmalzigaugs theoretische zoektocht begon dus dichter bij huis dan algemeen werd aangenomen: bij de veel oudere Jakob Smits, in de Kempen. Zijn kennismaking met Smits’ licht-experimenten in diens atelier bracht hem tot inzichten die zijn verdere kunstenaarschap zouden sturen.
Nadien gingen beide kunstenaars hun eigen weg. De oorlog die in 1914 uitbrak, greep bruusk in op hun bestaan. Smits werd inactief als schilder maar bekommerde zich om de bevolking rond hem, om in 1918 de draad weer op te nemen in zijn definitief, pre-expressionistisch werk. Schmalzigaug moest zijn futuristische kunstbroeders in Italië vaarwelzeggen op het moment dat hij ‘het’ gevonden had, en raakte in Den Haag beklemd in zichzelf, wat helaas tot zijn vroegtijdig einde leidde.


In de tentoonstelling dialogeert werk uit meerdere periodes van beide kunstenaars. Dat gebeurt vaak verrassend eensluidend, ondanks hun grote verschillen in achtergrond en instelling. Het modernisme van de eerste decennia van de 20ste eeuw was in beide aanwezig en zocht zich een weg in specifieke richtingen. Dat levert hier een boeiende confrontatie op tussen twee werelden.
