Virtuositeit in het kwadraat met de zusters Labèque

De zussen Labèque staan al decennialang aan de top wat pianoduo’s betreft en ook hun passage in Antwerpen zal niet onopgemerkt voorbijgaan. Met Martinů’s Concerto voor twee piano’s en orkest breken ze een lans voor dit onbekende, maar briljante meesterwerk. Samen met de gloedvolle Tragische ouverture van Brahms en Mozarts frisse ouverture uit Die Entführung en zijn Veertigste symfonie – die met het legendarische hoofdthema – kiest de jonge gastdirigent Maxim Emelyanychev voor heerlijke muziek om het weekend mee in te zetten.   

Boekje bij de voorstelling

BRAHMS Tragische Ouvertüre

#gedisciplineerd

Als noodzakelijke derde kostwinner van een arm gezin speelde Johannes Brahms aanvankelijk piano in bars en nachtclubs, tot zijn muzikaal talent in 1853 werd opgemerkt door niemand minder dan Robert Schumann. Hun vriendschap beïnvloedde Brahms’ composities in grote mate, tot Schumanns verdere mentale aftakeling na een zelfmoordpoging in 1854 Brahms uiteindelijk dwong om zich te bezinnen over (en te kiezen tussen) het regelmatige leven van ‘die guten Leute’ en het emotioneel geplaagde bestaan van ‘ein echter Musiker’. Het uitgebalanceerde evenwicht dat Brahms vond tussen intellectualiteit en emotionaliteit weerspiegelt zich in de typisch gedisciplineerde dramatiek van zijn muziek.

#spaarzaam

Voor een componist wiens reputatie grotendeels berust op zijn symfonische werken, schreef Brahms er merkwaardig weinig. Zijn vier symfonieën zijn samen goed voor amper drie uur muziek, en daarnaast componeerde Brahms slechts een handvol orkestwerken. De twee concertouvertures die hij in het jaar 1880 schreef, de Akademische Festouverture en de Tragische Ouvertüre, zijn voorbeelden van de spaarzame vaardigheid waarmee Brahms zijn muzikale materiaal behandelde. Eindeloos creatief blijft Brahms zijn bondige basismateriaal variëren, zodat een bijzonder doorwrochte textuur ontstaat.

#tragischuitstel

De dramatische toon van de Tragische Ouverture deed vele muziekcritici vermoeden dat het werk geïnspireerd is op een concreet verhaal, wellicht van Brahms literaire voorbeelden Goethe of Shakespeare. Dit vermoeden. kwam niet uit de lucht vallen: Brahms gaf zijn werk aanvankelijk immers de titel Trauerspiel Ouvertüre mee, en ook Beethoven had enkele van zijn concertouvertures opgevat als een verhaal in miniatuur. Hoewel de tragische ouverture qua dramatiek inderdaad niet moet onderdoen voor een literaire tragedie, is de oorsprong van de titel echter vooral te vinden in de muzikale opbouw. De tragiek van deze omvangrijke ouverture wordt benadrukt door het feit dat Brahms de terugkeer van het hoofdthema voortdurend uitstelt. Nadat een heroische melodie een eerste keer in volle glorie heeft geklonken, laat Brahms de luisteraar vergeefs wachten op een bevredigende en verlossende terugkeer ervan. Het tragische aspect wordt verder versterkt door Brahms’ typische voorkeur voor asymmetrische proporties in ritme en metrum. Op die manier geeft hij zijn muziek een energieke retoriek mee die hem tot een van de meest invloedrijke componisten maakte van de hele negentiende eeuw.

MARTINU Concerto voor twee piano’s en orkest

#dubbeltjeopzijnkant

Bohuslav Martinu (1890-1959) geldt als een van de belangrijkste Tsjechische toondichters uit de 20e eeuw. Hij was nochtans allerminst de beste leerling van de klas. Als jongeman was hij rebels en verzette hij zich meermaals tegen het rigide, academische schoolsysteem. Dat zorgde ervoor dat hij zijn studies aan het Praagse conservatorium niet kon afmaken. Na een tijdelijke schorsing in 1908 werd Martinu in 1910 definitief van school gestuurd wegens onverbeterlijke nonchalance. Hij besloot dan maar zichzelf het vak aan te leren. Wonder boven wonder slaagde hij voor het staatsexamen in 1914, na een eerdere mislukte poging. Hij besloot om nadien in Parijs zijn stijl wat te verfijnen en deed dit bij de erg gerespecteerde componist Albert Roussel, die hem zou leren wat meer orde in zijn composities te scheppen.

#dubbelzinnig

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog emigreerde Martinu, samen met zijn familie, naar de Verenigde Staten. In de States componeerde hij onder ander het wervelende Concerto voor twee piano’s en orkest, een werk dat tegenwoordig erg weinig wordt uitgevoerd. Het is nochtans een belangrijke compositie binnen het genre dubbelconcerto’s voor klavier en kan gerust naast dat van publiekslievelingen Mozart en Poulenc staan. Het stuk werd gecomponeerd in 1943 en is werkelijk een doorslagje van Martinu’s unieke toontaal: aan de ene kant ontzettend druk en uiterst pittig qua ritmiek, en dan de andere kant brede lyriek en aandoenlijke melodieën voor de strijkers.

#onwankelbaarvertrouwen

Het concerto is erg virtuoos en vraagt van de solisten het uiterste. Tijd om op te warmen is er alvast niet; het werk valt op z’n zachtst gezegd met de deur in huis. Na een korte maar intense introductie spelen de solisten het haast komische hoofdthema van waaruit het openingsdeel zich in alle hevigheid ontspint. In het tweede deel is het muzikaal materiaal heel wat minder concreet. Het adagio getuigt namelijk van een zeer fijnzinnige orkestratie met aan het begin mooie solo’s voor de houtblazers en een mysterieuze sfeerzetting die in de pianopartijen zelfs knipoogt naar Debussy. De finale is dan weer echt die naam waardig: opzwepend en feestelijk. Hoewel er een groot optimisme uitgaat van het derde deel, werd het in volle oorlogsgeweld gecomponeerd. De componist had in die tijd heimwee naar zijn Tsjechische vaderland en schreef over zijn dubbelconcerto dat “al mijn gedachten constant uitgingen naar mijn bedreigde land. Het werk werd geschreven onder verschrikkelijke omstandigheden, maar de emoties die het uitdrukt zijn niet die van wanhoop, maar eerder van opstand. moed en onwankelbaar geloof in de toekomst.”

MOZART Die Entführung aus dem Serail (ouverture)

#Singspiel

Die Entführung aus dem Serail is een Duits ‘Singspiel’ dat Wolfgang Amadeus Mozart componeerde in het jaar 1780. Het kwam er in opdracht van ‘Das Nationalsingspiel’, een organisatie uit Wenen die opera’s bestelde in het Duits. Dat was een bijzonderheid, want in het behoudsgezinde Wenen waren de libretto’s doorgaans in het Italiaans. Niettemin werd dit werk Mozarts grote doorbraak als operacomponist. Wat de Weners erg moet hebben aangesproken, is het gegeven dat het verhaal zich afspeelt in Turkije. De Weense burgerij ontwikkelde een sterke fascinatie voor dit Oosterse machtsblok, dat immers enkele keren vervaarlijk dicht de landsgrenzen was genaderd.

#geschaakt

Konstanze, het liefje van de Spaanse edelman Belmonte, is samen met haar kamermeisje en Belmontes bediende ontvoerd door de pasja Bassa Selim. Konstanze wordt gevangen gehouden in zijn harem en bewaakt door Osmin, de opzichter. Bassa Selim is verliefd op Konstanze en probeert tijdens haar gevangenschap haar hart te veroveren, evenwel zonder veel succes. Belmonte. infiltreert in het paleis met een list om zijn geliefde te bevrijden, maar op de vlucht naar buiten worden ze betrapt door Osmin. De pasja is razend, zeker wanneer hij hoort dat Belmonte de zoon is van zijn aartsvijand die hem veel kwaad heeft berokkend. Hij besluit ze te executeren, maar draait vlak voor ze weggevoerd worden bij en toont zich vergevingsgezind.

#preciesgenoegnoten

Opmerkelijk aan deze opera is dat het klassieke elementen verenigt met invloeden uit de muziek van de Ottomaanse militaire muziekkapel van de Janitsaren. Deze invloeden zijn vooral te horen in het veelvuldig gebruik van de percussie-instrumenten zoals de cimbalen en de triangel, en dit al vanaf de ouverture. De opdrachtgever, Jozef II, woonde ooit een uitvoering bij en de legende gaat dat hij niet bijster enthousiast was. Hij zou gezegd hebben dat het stuk toch wel erg veel noten bevat, waarop Mozart zou gerepliceerd hebben: “er zitten er precies genoeg in”.

MOZART Symfonie nr. 40

#oorwurm

Het is eerder ongepast om het in klassieke muziektermen over ‘hits’ te hebben, maar toch zijn er enkele werken die werkelijk iedereen kent. Een van de thema’s die we collectief kunnen mee neuriën is de opening van Mozarts 40 symfonie. Hoe komt dat? Ten eerste is het een buitengewoon slimme compositie en Mozart had als geen ander het talent om oorwurmen te creëren: muziek die blijft hangen na de beluistering. Daarnaast is een symfonie behalve een genre ook een welbepaalde vormstructuur. Door de ingenieuze opbouw hoort de luisteraar steeds opnieuw (en vaak zonder er erg in te hebben) het hoofdthema terugkeren. Zo nestelde ook dit openingsthema van Mozarts symfonie zich in het collectieve geheugen.

#sturmunddrang

Mozart voltooide dit vierdelige werk in 1788 tijdens een zeer productieve zomer. Op nauwelijks enkele weken tijd voltooide hij niet minder dan drie symfonieën: de opgewekte 39 en 41, en deze eerder dramatische 40 symfonie. Het is opmerkelijk dat Mozart amper twee symfonieën in mineur schreef, waaronder deze. Het jaar 1788 was dan wel productief, het was zeker niet Mozarts meest positieve jaar. Hij had net zijn dochter Theresia verloren en in Wenen geraakte het enthousiasme rand Mozart stilaan wat uitgeput. Zo was ook zijn opera Don Giovanni in Wenen maar lauw onthaald. Men zou kunnen stellen dat het dramatische karakter van dit werk voortvloeit uit Mozarts persoonlijke problemen rond die tijd, al blijft zoiets natuurlijk giswerk. Het kon evengoed een puur stilistische keuze zijn. Veel Duitse en Oostenrijkse componisten experimenteerden rond die tijd immers met een relatief nieuwe artistieke stroming, die men later ‘Sturm und Drang’ is gaan noemen. Deze beweging, die uit de literatuur kwam overwaaien, wordt gekenmerkt door een grote dramatiek, snel wisselende emoties en veel vaart.

#tijdloosmeesterwerk

Het eerste deel staat bol van de klaaglijke zuchten, maar toch Mozart geregeld plaats voor sierlijke melodieën en priemt er zelfs hier en daar een vreugdekreet door. Het tweede deel, een andante, is van een betoverende schoonheid, waardoor alle zorgen van het eerste deel ver weg lijken. Het derde deel is een menuet en trio waarin hij een synthese biedt tussen eerder donkere passages en lichtere. Voor de finale keert Mozart terug naar een algemene focus op de meer serieuze stemmingen. Dit deel inspireerde onder andere Ludwig van van Beethoven, zoals te horen valt in het derde deel van zijn bekende vijfde symfonie. Maar ook Schubert en Haydn zouden Mozarts 40° citeren. Vandaag is het werk een van de meest opgenomen en uitgevoerde symfonische werken uit het hele repertoire, wat illustreert dat het een tijdloos meesterwerk is dat de gemoederen blijft beroeren.

Copyright Antwerp Symphony Orchestra