
Conceptueel kunstenaar Koen Vanmechelen (1965) is de intellectuele en artistieke vader van LA BIOMISTA. De unieke studio en gronden zijn tegelijk broedruimte, laboratorium en uitvalsbasis voor zijn grensverleggend oeuvre, dat zich ver buiten de mainstream kunst bevindt. En dat zijn tentakels tot diep in en over de wereld uitstrekt. In dat veelgelaagde werk staan biologische en culturele diversiteit centraal. Rond dit thema werkt Vanmechelen samen met internationale wetenschappers en experten uit verschillende disciplines.

Vanmechelen werd geboren in Sint-Truiden als zoon van Toon Vanmechelen, een kunstenaar/filosoof en modeontwerpster Mieke Delanoeye. Hij is het petekind van Louis Gonnissen; een bekende bioloog en ornitholoog. Van kinds af aan was hij in de weer met kooien en volières, op zijn kamer stond een incubator. De kip en het ei blijven hem levenslang inspireren. Eind jaren 90 startte hij met het Cosmopolitan Chicken Project, een artistiek kruisingsproject met nationale kippenrassen. Dat zette hem internationaal op de kaart in de kunstwereld en daarbuiten. De kern van het project is niet de kip, noch het ei, maar het kruisingsproces en de diversiteit die daaruit voortvloeit.

Centraal in mijn oeuvre en artscape staan kip en ei, mens en wereld. Mijn werken zijn een langdurige contemplatie van de plaats en de rol van de mens. Gevat als hij is tussen cultuur en natuur, genen en memen, feiten en mythen, constructie en destructie. Via een veelheid aan onderwerpen en materialen, zowel mythisch als wetenschappelijk- technologisch, historisch als toekomstgericht, lokaal als internationaal, probeer ik de essentie van het fenomeen mens te vatten. Zijn wording en evolutie, de spanning tussen natuur en mensenrechten, tussen mezelf en de anderen, dat alles wordt hier weergegeven in een traject dat loopt van The Looking Glass, metafoor voor onze natuurlijke biotoop, tot aan Collective Memory, het kind-op-boeken als zinnebeeld van universele mensenrechten.

Myths and Medicine valt uiteen in drie delen. Het eerste blok, de verleiding, focust op het vertrek uit het Paradijs. Van onvruchtbare geborgenheid naar gevaarlijk overleven. De slang met de cocons verleidt tot leven. Ze is de gevaarlijke bewaker ervan. Ook de Medusafiguur draagt die dualiteit- leven en vernietiging – in zich.

De druk om te overleven en dus te evolueren, daarover gaat blok twee. De proto-kip, het rode kamhoen, brak zesduizend jaar geleden los uit haar natuurlijke kooi, het oerwoud. Weg van de beschermende maar paradijselijke gevangenis de wereld in. Dat betekende het begin van contextuele transformatie en genetische en memetische diversiteit. Enkel het breken van de kooi leidt naar het echte paradijs. En dat paradijs is het traject naar elders. Een gevaarlijke weg door een wereld onder druk, met een stervende natuur.

De diversiteit en positie van de mens wordt behandeld in blok drie. Een rek met de verschillende generaties in het Cosmopolitan Chicken Project toont de bioculturele diversiteit ontstaan na de paradijsvlucht. Vraag is hoe we met deze wereld moeten omgaan. Bevruchten we hem, of besmetten we hem? Het kind-op-boeken vertelt ons dat natuur ook een mensenrecht is. Het is het fundament voor de toekomst.


