
In het Arentshuis in Brugge (zowat in de hof van het Groeningemuseum) is de bovenste verdieping sinds 1936 een museum voor Frank Brangwyn, een Brit geboren in Brugge in 1867. Toen hij 7 jaar was verhuisde het gezin al weer naar Engeland, maar hij bleef een band onderhouden met zijn geboortestad en liet een deel van zijn collectie na aan de stad Brugge – vandaar het museum.
Hij produceerde in zijn lange leven wel 12.000 werken: onder andere 1000 olieverfschilderijen en 500 etsen, maar ook interieurs, glaswerk, meubels, panelen, boekillustraties en muurschilderingen.



Hij kreeg zijn opleiding van zijn vader en werkte ook een tijd in de ateliers van William Morris, maar was toch vooral autodidact. Zijn stijl is een mengeling van art nouveau, art deco, jugendstil…
Het jaar 1895 was een hoogtepunt in zijn internationale loopbaan. Toen kreeg hij immers de opdracht om muurschilderingen uit te voeren voor de heringerichte galerij L’Art Nouveau van de invloedrijke Parijse kunsthandelaar Siegfried Bing (1838-1905). Frank Brangwyn bevond zich plotseling – zij het kortstondig – aan de top van het kunstgebeuren. Zijn schilderijen, gebrandschilderde ramen, tapijten en juwelen werden er getoond naast werk van kunstenaars als H. Toulouse-Lautrec, A. Rodin, E. Gallé, F. Khnopff, C. Meunier, H. van de Velde en vele anderen. Kort daarna exposeerde hij in talrijke Europese en Amerikaanse steden en werd hij lid van de Wiener Sezession.
In Engeland zelf is hij nooit een grote naam geworden en bleef hij altijd een outsider. Toen hij in 1956 stierf, was hij volkomen vergeten.


