Museum Plantin – Moretus, Antwerpen

Over het museum | Museum Plantin-Moretus (museumplantinmoretus.be)

Jan Moretus (ook Johann Moerentorf) (Antwerpen, 2 mei 1543 – 22 september 1610) startte het uitgevers- en drukkersgeslacht Moretus, dat zou blijven bestaan tot diep in de 19de eeuw. Hij begon vanaf 1557 bij Christoffel Plantijn, werkte zich op tot diens rechterhand en trouwde in 1570 met zijn dochter Martina Plantijn. Na Plantijns dood volgde Moretus hem op als eigenaar van de drukkerij.

Martina Plantin (1550-1616) was de tweede dochter van Christoffel Plantin en Jeanne Rivière. Als vrouw van Jan I Moretus werd zij de stammoeder van het verdere drukkersgeslacht, te beginnen met zonen Balthasar I en Jan II die gezamenlijk de boekhandel en drukkerij erfden.

Jan I drukte in totaal 640 werken, vooral ernstige werken van religieuze aard, meestal in het Latijn geschreven, maar ook werken over geschiedenis en van humanistische auteurs. Moretus was de uitgever van alle werken van Justus Lipsius (62 edities, waaronder De Constantia). Hij was bevriend met Pieter Paul Rubens, wiens prenten hij uitgaf.

De gebouwen in Antwerpen waar de drukkerij zich bevond en de familie woonde, zijn omgevormd tot het Plantin-Moretusmuseum.

Balthasar III Moretus (Antwerpen, 24 juli 1646 – 8 juli 1696) was de zoon van Balthasar II Moretus en Anna Goos. Balthasar III was gehuwd met Anna Maria de Neuf en had negen kinderen, waaronder zijn opvolger Balthasar IV Moretus. Van 1674 tot 1696 was hij hoofd van drukkerij Plantijn in Antwerpen. In deze functie werd hij op 1 september 1692 door koning Karel II van Spanje, die ook vorst van de Zuidelijke Nederlanden was, in de adelstand verheven. In 1679 kwam hij in het bezit van het domein waar nu het Ravenhof (Stabroek) is gelegen.

De kleinzoon van Balthazar was jonker Johannes Josephus Moretus. Hij liet in het midden van de 18e eeuw, toen er sprake was van grote armoede en werkloosheid bij de plaatselijke bevolking, enorme werken uitvoeren op zijn bezit. Hij liet de heidegrond bebossen en een stervormig park aanleggen in barokstijl. In 1768 liet hij een paviljoentje in rococostijl bouwen: de Gloriëtte. Verder liet hij de Huzarenberg en de Geldberg opwerpen als uitzichtpunt.