Kunsthistorisches Museum, Wenen

Caravaggio & Bernini, “Entdeckung der Gefühle”
Rome werd rond 1600 het centrum van de kunstwereld. Talrijke Italiaanse kunstenaars werden naar de stad getrokken op zoek naar geluk en prestige: Caravaggio kwam uit Milaan in 1592, Bernini arriveerde uit Napels in 1606 met zijn vader toen hij nog een kind was. De Carracci kwamen uit Bologna, de Gentileschi uit Toscane en nog veel meer stroomden van over de hele wereld naar Rome.
Deze nieuwe generatie ambitieuze kunstenaars aangevoerd door de briljante schilder Caravaggio en de geniale beeldhouwer Bernini schudde in de eerste decennia van de 17de eeuw de ingedutte eeuwige stad Rome wakker. Zij introduceerden een nieuwe kunsttaal, waarbij niet langer elegantie de norm was, maar het oproepen van emoties: de barok. Theatrale kunst met drama, dynamiek en bravura. Een kunst waarbij schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur innig samenwerkten. Een revolutie in de westerse kunst, die in Rome begon en in heel Europa zijn sporen naliet.
De barok begint op het moment dat Caravaggio omstreeks 1600 in de Tiberstad furore maakte door zijn schilderijen met een volkomen nieuw, indringend naturalisme en een krachtig clair-obscur. Zijn radicale kunst zette een beweging in gang met veel volgelingen, later Caravaggisti genoemd, onder wie vader en dochter Gentileschi, Borgianni, Bartolomeo Manfredi, Guercino, Baglione en Mattia Preti maar ook Rubens en Rembrandt.
Enkele jaren na Caravaggio’s dood in 1610, manifesteerde het multitalent Bernini zich met een reeks indrukwekkende en technisch virtuoze beelden vol beweging, dramatiek en natuurlijke levendigheid. Bernini gaf in de navolgende decennia met zijn sculptuur Caravaggio’s erfenis een nieuwe richting, die het aanzien van Rome compleet veranderde: zijn vernieuwingen zijn nog steeds voelbaar op tal van terreinen, van levensechte portretten tot imposante grafmonumenten, van gebeeldhouwde fonteinen tot kerkarchitectuur.
Leidraad voor de tentoonstelling zijn de voornaamste termen uit het artistieke vocabulaire van die tijd, begrippen als verwondering (meraviglia), levendigheid (vivezza), beweging (moto), scherts (scherzo) of afschuw (terribilità).
Michelangelo Merisi, detto Caravaggio



Portret van Maffeo Barberini (toegeschreven aan Caravaggio), 1597
Palazzo Barberini, Galleria Corsini

Paus Urbanus VIII, geboren als Maffeo Barberini was 21 jaar paus, van 1623 tot 1644, tijdens de Dertigjarige Oorlog. Het was tijdens zijn pontificaat dat Galileo Galilei in 1633 naar Rome werd ontboden om zijn meningen te herroepen. Hij was ooit een studiegenoot geweest van Galilei en stond niet onwelwillend tegen de door Galilei gepropageerde heliocentrische theorie van Copernicus, maar in 1632, na de publicatie van de Galiliei’s Dialoog, en onder zware druk van een aantal Spaanse kardinalen, liet hij Galilei vallen om verdere kritiek op zijn laksheid ten opzichte van de ketterij te voorkomen. Hij spendeerde anderzijds enorme bedragen uit de pauselijke middelen om veelzijdige geleerden als Athanasius Kircher naar Rome te halen. Hij was ook een groot beschermheer der kunsten, waar schilders als Nicolas Poussin en Claude Lorrain van profiteerden.
Franciscus van Assisi in extase, 1595
Wadsworth Atheneum, Hartford, Connecticut.
Dit schilderij was het eerste van Caravaggio’s religieuze doeken en dateert vermoedelijk uit 1595, toen hij was opgenomen in het huishouden van kardinaal Francesco Maria Del Monte. Kardinaal Del Monte was liefhebber van kunsten en wetenschappen, en hielp onder andere Galilei aan een leerstoel wiskunde in Pisa en Padua. Hij was ook de beschermheer van Adam Elsheimer, de jong gestorven Duitse schilder die zeer werd bewonderd door Rubens.
Hoewel Caravaggio zichzelf “Del Monte’s schilder” noemde in de jaren dat hij in Palazzo Madama (nu de Italiaanse Senaat) woonde, toonde hij niet echt veel respect voor zijn gastheer. Op 28 november 1600 sloeg Caravaggio edelman Girolamo Stampa da Montepulciano, een gast van de kardinaal, met een knuppel, wat resulteerde in een officiële klacht bij de politie. Caravaggio werd gearresteerd en gevangengezet in Tor di Nona.

Narcissus, 1599
Galleria nazionale d’arte antica (Palazzo Barberini), Roma

Caravaggio schilderde zijn Narcissus in Rome, in een vroege periode van zijn carrière, aan de vooravond van zijn roem. De mythe van Narcissus was erg populair in het Italië van Caravaggio. Francesco Petrarca en Dante Alighieri namen het al eerder tot onderwerp, de dichter Giambattista Marino (1569-1625), die tot de vriendenkring van Caravaggio behoorde, schreef er een beroemd geworden gedicht over. De Renaissancistische denker Leon Battista Alberti (1404-1472) zag de figuur van Narcissus als de “uitvinder van de schilderkunst”: “Wat is kunstschilderen anders dan een gebaar van omhelzen door middel van het oppervlak van de vijver?”
Christus met de Doornenkroon, 1603
Kunsthistorisches Museum, Wien
De doornenkroon werd vaak afgebeeld. Maar Caravaggio brengt ons midden in de scène en laat ons niet wegkijken. Dit drama en deze emotie waren helemaal nieuw. Bij het zien van de doornenkroon zijn we heel dicht bij de actie. Dramaturgisch versterkt Caravaggio dit gevoel door de toeschouwer die ons de rug toekeert. Schilderachtig perfect, verbeeldt hij de reflecties van licht op zijn metalen harnas. En het harnas is ook een spannend detail: want in de tijd dat de christelijke scène zich afspeelt, was er geen dergelijk harnas. Caravaggio toont ons een kijker die uit zijn eigen tijd komt: een tijdgenoot. Typerend voor Caravaggio en de Caravaggisten is de bijzondere verlichting. In het midden van de foto is de kwetsbare nek van Christus fel verlicht. Christus is overgeleverd aan blikken en slagen en lijkt bijzonder kwetsbaar in zijn naaktheid, vooral in vergelijking met de beschermende wapenrusting van de waarnemer.
David met het hoofd van Goliath, 1607
Kunsthistorisches Museum, Wien

In barokke kunstwerken komen we vaak twee bijzonder sterke gevoelens tegen: angst en horror. Om deze gevoelens bij de toeschouwer op te wekken, kiezen Caravaggio en zijn opvolgers voor gespannen momenten. Deze momenten ensceneren ze in beeldsecties die ze bewust heel smal kiezen. Dit geeft ons de indruk dicht bij de scène te zijn. Spotlight-achtige belichting en diepe schaduwen trekken onze aandacht en vergroten het drama.
Naast erotische schoonheden zien we met bloed besmeurde figuren of onthoofde hoofden. Motieven die steeds weer worden afgebeeld zijn de mooie Judith met het hoofd van Holofernes of de jeugdige, sensuele David die het hoofd van Goliath draagt. Ook daarvoor werden deze taferelen vaak afgebeeld. Nieuw is echter de intensiteit: Caravaggio’s David strekt Goliaths bebloede hoofd rechtstreeks naar ons uit. Het is nog steeds pijnlijk vervormd en veroorzaakt afschuw bij de kijker.
Waarschijnlijk was het model voor de Judith van 1599 de prostituee Fillide Melandroni. Zij had een relatie met Ranuccio Tomassoni, lijfwacht, pooier en bendeleider. Op 28 mei 1606 liep het fout: Caravaggio raakte verwikkeld in een zwaardduel met Tomassoni, die werd geraakt in de dij en doodbloedde. Caravaggio zelf liep een bijna fatale hoofdwonde op toen de broer van Tomassoni, een legerkapitein, zich in het gevecht mengde. Caravaggio moest vluchten. Hij werd in Rome bij verstek tot de dood veroordeeld. Deze David en Goliath werd geschilderd in 1607, op de vlucht in Messina, Sicilië.
Vergelijk met de David en Goliath die Caravaggio in 1609-1610 schilderde, vlak voor zijn dood (Galleria Borghese, Roma). Waar in de Weense versie de David nog onverschillig, heroïsch en zelfingenomen wordt afgebeeld, kijkt hij in de versie van Rome met medeleven naar het hoofd van de reus. Op zijn zwaard staan de letters H-AS OS, “Humilitas Occidit Superbiam” ofwel “de nederigheid slaat de hoogmoed”. Het model voor David is een jonge leerling, waar hij een relatie mee had, vandaar de ongewone connectie tussen David en Goliath, die ontbreekt in de versie van Wenen. Het hoofd van Goliath zou dan het zelfportret van Caravaggio zijn, een geweldenaar die terugkijkt op zijn jeugd en een verwoest leven. Het lijkt een soort “Picture of Dorian Gray” werk, met de jonge, onschuldige Caravaggio als David en de “moordenaar op de vlucht”-Caravaggio als Goliath. Hij stierf op 18 juli 1610 in Porto Ercole, net geen 39 jaar oud.
De Madonna van de Rozenkrans, 1602

Kunsthistorisches Museum, Wien
Deze Madonnna van de Rozenkrans ontstond waarschijnlijk in Napels. Op het tafereel knielen smekende gelovigen voor Maria en haar kind, terwijl de heilige Dominicus rozenkransen uitdeelt. Opvallend is de sjofelheid van de volkse figuren, die hun vuile voetzolen aan de toeschouwers tonen.
Twee jonge Vlaamse schilders die met Caravaggio bevriend waren, Louis Finson en Abraham Vinck, brachten het doek over naar Amsterdam, waar het onder de hamer ging. Op de veiling werd het gekocht door een groepje Antwerpse kunstenaars, aangevoerd door Rubens. Zij betaalden 1.800 gulden voor het werk en schonken het omstreeks 1620 aan de Sint-Pauluskerk, waar het werd opgenomen in een befaamde reeks over de Mysteries van de rozenkrans.
Anderhalve eeuw heeft het doek in de kerk gehangen. Het was de enige Caravaggio in de Nederlanden, kostbaar bezit. Maar in 1781 werd het stuk opgeëist door Jozef II, de fameuze ‘keizer-koster’ die de Caravaggio aan zijn collectie wou toevoegen. Nadat de directeur van de Antwerpse academie een kopie geschilderd had ter vervanging, werd het origineel overgebracht naar Wenen. Daar hangt het vandaag nog in het Kunsthistorisches Museum.
Gian Lorenzo Bernini
Zelfportret Bernini, 1635
Galleria degli Uffizi, Firenze

Bernini was een unieke kunstenaar, zoals die sindsdien niet meer is gezien. Hij schiep spectaculaire meesterwerken voor vier pausen, Urbanus VIII, Innocentius X, Alexander VII en Clemens IX. Urbanus VIII zou ooit Bernini begroet hebben met de volgende woorden: “Het is voor u een groot geluk om de paus te mogen ontmoeten, maar het geluk is voor mij nog veel groter dat u, Bernini, leeft tijdens mijn pontificaat”.
Bernini, een van de belangrijkste workaholics in de kunstgeschiedenis, zwoegde gedurende zijn hele carrière uniform en werkte zeven uur per dag zonder pauze, zelfs op zijn oude dag. Er wordt gezegd dat zijn jongere assistenten hem niet konden bijhouden. In tegenstelling tot zijn concurrent Francesco Borromini, stelde Bernini’s minzame karakter hem in staat om goede relaties met zijn opdrachtgevers te onderhouden. Hij was een zeer gelovig man die dagelijks de mis bijwoonde.





https://caravaggio-bernini.khm.at/: Caravaggio & Bernini (KHM, Wenen)


