Goya (de Reede, Antwerpen)

Home | Museum de Reede | Grafiek in Antwerpen (museum-dereede.com)

Francisco de Goya y Lucientes werd in 1746 bij Saragossa geboren. Zijn vader was een meester-vergulder- niet rijk maar met een redelijk bestaan. Francisco was niet alleen een geboren schilder maar ook een ruwe, avontuurlijke jongeman. Op 24-jarige leeftijd slaagde hij er in naar Italië te gaan en voor hij 30 was, verwierf hij één van de beste banen in Spanje: Eerste ontwerper bij de Koninklijke Tapijtweverijen.

Tot aan zijn vijftigste had Goya een glorieus bestaan. Toen kreeg hij in 1792 een mysterieuze ziekte en daarna was hij doof. Deze man, die midden in het leven stond, werd daar plotseling van afgesneden. Om de een of andere reden werden menselijke wezens zonder stem voor hem grotesk en weerzinwekkend. De eenzaamheid van zijn doofheid werd belaagd door afschrikwekkende monsters. In de volgende paar jaar begon hij aan de serie etsen, die hij beschreef als ‘Caprichos’ (grillen). De serie ‘Los Caprichos’ werd in 1799, het laatste jaar van de Eeuw van de Verlichting, uitgegeven. Eén ervan toont Goya met zijn hoofd op zijn armen in slaap gevallen over zijn tekentafel.

In de serie van 80 etsen ‘Verschrikkingen van de oorlog’, zien we zijn visie op de gebeurtenissen tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Tussen 1808 en 1814 staan de Spanjaarden, Portugezen en Britten tegenover de Fransen onder het bewind van Napoleon. In het eerste deel van Goya’s reeks zijn we getuige van oorlogstaferelen: gewonde soldaten, verkrachtingen, executies en verminkte lichamen. Na deze heftige scènes volgen uitbeeldingen van de hongersnood in Madrid in 1811-1812. Het laatste deel van de serie bestaat uit allegorische composities met kritiek op het regime van de Spaanse koning Ferdinand VII na de oorlog.